Zondag als erfenis zonder Testament: over momenten van rust in een hypernerveuse samenleving
Geschreven door Koen HoltzapffelVoorganger ds Koen Holtzapffel
Gemeente Eind september vorig jaar verscheen een rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving met als titel: Op de rem! Voorbij de hypernerveuze samenleving. Het rapport constateert dat de mentale volksgezondheid van Nederland onder druk staat: we leven in een ‘hypernerveuze samenleving’ waarin prestatiedruk, versnelling en individualisme zijn doorgeschoten en het welzijn van jong en oud wordt bedreigd. Met name hun mentale gezondheid. Er moet steeds beter en sneller gepresteerd worden en tegelijk wordt het individu als enige verantwoordelijk gehouden voor het eigen succes. Jongeren worstelen met prestatiedruk en werkenden vallen uit met burn-out-achtige verschijnselen. De permanent onze aandacht trekkende social media spelen hierin een belangrijke rol, maar zeker zij niet alleen. Ondanks de ernst van de situatie ontbreekt het volgens het rapport aan een strategie om de dieperliggende oorzaken aan te pakken. Natuurlijk moeten mensen beter om leren gaan met de druk die de huidige samenleving hen oplegt, bijv d.m.v. een cursus mindfullness, maar het gaat ook om structurele veranderingen in de samenleving zoals wij die met elkaar hebben ingericht. Dat is een zaak van lange adem die vraagt om samenwerking van overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, professionals én burgers. Verbinding is nodig, alledaagse vertraging en ruimte voor lege tijd. Tijd waarin niets hoeft, niet van school en werk, niet van social media, niet van vrije tijd. Door onszelf alledaagse vertraging te gunnen ontstaat ruimte voor creativiteit, voor bezinning en echt contact. Vandaar het motto van het rapport: trap samen op de rem en werk aan een meer ontspannen samenleving!
Gemeente, ik laat het hierbij wat betreft het rapport, maar zoals dat vaker gaat in de hypernerveuze samenleving: zo’n rapport krijgt even veel, hijgerige, media-aandacht en vervolgens gaan we weer over tot de orde van de dag. Met in het achterhoofd de komende zomerperiode, voor velen een periode van wat meer rust, vacantie (van vacare, leeg worden) leek het mij goed het rapport nog eens onder de aandacht te brengen. En dan vanuit de vraag: welke bijdrage kunnen kerken, kloosters, geloofsgemeenschappen met hun tradities en gebouwen leveren aan vertraging, onthaasting. Hoe kunnen zij mee op de rem staan en bijdragen aan een alternatief voor de hypernerveuze samenleving? Ik beperk me vanmorgen tot één belangrijke bijdrage, een erfenis van jodendom en christendom voor de moderne samenleving: de wekelijkse pas op de plaats van sabbat en zondag. Voortkomend uit het vierde van de tien geboden om de sabbat te houden, ofwel de zondagsrust te bewaren. Natuurlijk kun je je afvragen wat een moderne samenleving moet met het 2500 jaar oude vierde gebod, ontstaan in een traditionele samenleving die hemelsbreed van de onze verschilt. Maar juist als die moderne samenleving hypernerveus op haar eigen grenzen stuit, dan krijgt het vierde gebod nieuwe relevantie én urgentie.
Het is een erfenis zonder testament, zonder actuele gebruiksaanwijzing. We kunnen haar dus op eigen wijze invullen, maar haar verkwanselen, dat zou schadelijk voor onze mentale gezondheid zijn.
De rust van sabbat en zondag
Gemeente, de joodse sabbat is temidden van omliggende volkeren, bijv de Babyloniers, uitgegroeid tot een dag van rust en vrijheid. Waar de meeste van de 10 geboden of bevrijdende woorden beginnen met een verbod, gij zult niet, daar begint het vierde gebod in Exodus 20 positief: ‘Vier de sabbat, want dat is een bijzondere dag. Zes dagen mogen jullie werken en bezig zijn met alles wat je moet doen. Maar de zevende dag is een dag die voor mij God bestemd is. Dan mag je niet werken. Ook je zoon, je dochter, je slaaf en je slavin mogen niet werken. Je dieren mogen niet voor je werken. En ook de vreemdelingen die in jullie steden wonen, mogen niet werken. Ik heb in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat daar leeft. Maar ik rustte op de zevende dag. Daarom heb ik de zevende dag gezegend. Ik heb er een heilige dag van gemaakt.’
Sabbat, afgeleid van het werkwoord onderbreken, wordt hier dus gevierd in navolging van God, die rust nam na zes dagen arbeid. Ook in het bijbelboek Deuteronomium 5 wordt het gebod genoemd, maar nu met een andere motivatie: ‘Want jullie mogen nooit vergeten dat ik God jullie bevrijd heb. Ik heb ervoor gezorgd dat jullie nooit meer als slaven hoeven te werken. Ik heb mijn macht laten zien en ik heb jullie bevrijd uit de slavernij in Egypte. Daarom wil ik dat jullie je aan de sabbat houden.’ Hier wordt sabbat dus verbonden met bevrijding uit het slavenhuis van Egypte. Het zwoegen en sloven is voorbij. Er is, wat ondenkbaar was in Egypte, nu een wekelijkse onderbreking van het alledaagse leven, een dag van rust en vrijheid waarop mensen tot God en tot zichzelf kunnen komen.
De Romeinen ergerden zich aan het sabbatsgebod. Bijzondere, aan goden gewijde dagen kenden ze zelf natuurlijk ook, maar dat op zo’n dag ook slaven, vreemdelingen, zelfs vee niet zouden mogen werken, dat was aanstootgevend . Natuurlijk moesten slaven doorwerken wanneer Romeinse burgers rustten en hun goden aanbaden. Helaas werd het sabbatsgebod, als bevrijdend en rustgevend bedoeld, later voorwerp van strijd. Wat mocht er nu wel of niet gebeuren op sabbat. Hoe precies moest de wet- en regelgeving daaromtrent zijn, hoe ingeperkt de vrijheid. Het is exact de discussie die Jezus in het gelezen verhaal voert met de schriftgeleerden en farizeeën. Als je honger hebt mag je zelfs dan op sabbat geen aren plukken? Als je een zieke kunt genezen, moet je daarmee dan toch wachten tot de volgende dag? De sabbat is er toch voor de mens, en niet omgekeerd de mens voor de sabbat. Een criterium dat je ook op andere al dan niet religieuze gebruiken en instituties kunt toepassen.
Jezus is zeker niet tegen het sabbatgebod, hij weet als geen ander van het belang van mentale gezondheid. Maar hij stelt wel kritische vragen bij de praktische uitwerking. Waar is de ruimte gebleven voor eigen afwegingen op grond van eigen inzicht en eigen verantwoordelijkheid? Een kapot gereguleerde sabbat is de dood in de pot. De sabbat is een belangrijke erfenis, maar zonder precies uitgewerkt testament. Al te strenge wet- en regelgeving rond de heilige dag schakelt de menselijke spontaniteit en intuïtie uit. Wat is op dit moment op deze dag, gegeven de situatie, het meest juist om te doen of te laten? Wat fluistert ons geweten ons in, zelfs als we daarmee in botsing komen met vaststaande religieuze gebruiken?
Een zelfde ontwikkeling als bij de sabbat voltrok zich in de loop der tijd bij de christelijke zondagsrust, ooit ontstaan toen het christendom zich losmaakte van het jodendom. In plaats van de laatste dag van de week werd nu de eerste dag van de week, de zondag, een dag van rust. Het was de dag waarop Jezus op Paasmorgen uit de dood herrezen was, het was de dag van de heer, zoals dat in de zuid europese benaming van de zondag nog dor klinkt: Domenica. Ook de zondag was bedoeld als onderbreking van de dagelijkse gang der dingen, verwees naar rust en bevrijding, maar zeker in streng protestantse kring werd steeds preciezer aangegeven wat je wel en vooral wat je allemaal niet mocht doen op zondag. Niet zwemmen of fietsen, geen ijsje, ook niet tijdens een hittegolf zoals vorige week, binnen zitten en beschaafde spelletjes spelen of handwerken. Maar natuurlijk wel twee keer op zondag naar de kerk. Hier is bevrijding tot een nieuwe vorm van knechting geworden. Hier is een vrije rustdag verworden, terwijl ie op zichzelf een groot goed is en broodnodig, ook voor onze mentale gezondheid. Een rustmoment in het hardwerkende bestaan van heel veel mensen. Vandaag lijkt dit vaststaande rustpunt, deze vertraging, door de voorthollende 24 uurs economie en ons eigen meerennen daarin verdwenen te zijn. In de 24 uurs economie bestaat geen collectieve rustdag meer, een dag waarop in ieder geval de meeste mensen vrij zijn en er nog wel eens een bordje ‘vandaag gesloten’ op een deur te lezen valt. En dat terwijl juist de hypernerveuze samenleving collectieve rustmomenten hard nodig heeft, en nogmaals, kerken en kloosters kunnen daarbij van grote betekenis zijn. Zij staan in een traditie die momenten van rust, inkeer, verstilling en bezinning kent. Zij verkondigen de boodschap dat succes of falen niet alleen van onze eigen prestaties afhankelijk is. Ze zetten sowieso een dik vraagteken bij onze opvattingen over wat succes in het leven inhoudt. Ze onderstrepen dat de werkelijkheid uit meer dan feiten en getallen bestaat, ze is niet alleen materie maar ook wonderlijk mysterie en geschenk. Juist de rust van een zondag kan ons daarvoor opnieuw gevoelig maken. Dan opent zich die andere dimensie van ons bestaan die onze mentale gezondheid zo nodig heeft.
Gemeente, tot slot. We hebben de nodige aandacht besteed aan de wijze waarop Jezus in het gelezen verhaal met de regels rond sabbat omgaat. Het is een soort vrijheid in gebondenheid. Maar we lazen ook nog een paar regels uit Matteus 11. Het zijn op het eerste gehoor regels die goed passen bij het rapport over de hypernerveuze samenleving die zo naarstig op zoek is naar momenten van rust. Kom bij mij en ik zal je rust geven, werkelijk rust. (Kijk naar het raam achter u en u ziet het uitgebeeld op het prachtige glas in lood van de Belgische glasschilder Louis de Contini. Wat een serene rust gaat er van uit). Ha eindelijk zult u wellicht denken, precies wat we nodig hebben temidden van het gejacht en gejaag. Maar, er hoort, zoals vaker in de bijbel, wel een maar bij. De rust die Jezus belooft is onlosmakelijk verbonden met een bepaalde taak, een opdracht in ons leven. Geruststellend klinkt het: vind je het moeilijk om te doen wat God wil? Is het een te zware eis voor je? Kom dan naar mij toe en leer van me. Ik zal de eisen die het geloofsleven stelt zo vertalen dat ze eenvoudig en niet te zwaar zullen zijn. En dan volgt het cruciale zinnetje: ‘je moet vriendelijk zijn, net als ik, en je moet jezelf niet het belangrijkste vinden.’ (2x) Adviezen, het rapport van de Raad waardig. De rust die Jezus brengt is dus betrekkelijk, en het is zeker niet de rust van het lekker niks doen, van het dolce far niente. Nee het is de rust van de relativering van het eigen ego, van het eigen belang, van het jezelf altijd maar centraal stellen. Het is een rust die tot nieuwe onrust kan leiden, in ieder geval tot nieuwe vragen: moet ik dan altijd vriendelijk zijn, mag ik dan nooit voor mezelf opkomen? Het zijn vragen die iedereen op eigen wijze in de praktijk van het leven voor zichzelf moet beantwoorden en waar de zondagse verstilling uitermate geschikt voor is. Als erfenis zonder testament. In parafraserende woorden van 2000 jaar geleden van de joodse hellenistische filosoof Philo van Alexandrië: zes dagen kun je je op je werk richten, maar houd ook een dag rust om God te eren en te dienen, om samen met anderen te filosoferen, om de lessen van de natuur in overweging te nemen en de lessen uit je eigen bestaan, die kunnen leiden tot een zinvol en gelukkig leven. Amen
Litt Hans Achterhuis en Maarten van Buuren, Erfenis zonder testament. Filosofische overwegingen bij de tien geboden, Rotterdam 2015
