26 mei 2026

Zoek de duif, deel de duif

Geschreven door Koen Holtzapffel

Pinksterzondag 24 mei 2026   Thema: Zoek de duif, deel de duif

Voorganger Koen Holtzapffel Mmv Jos van der Kooy en Nicky Bouwers

Gemeente, de Pinkstergeest waait waarheen ze wil, en kan dus op Pinksterzondag vanuit heel verschillende invalshoeken overdacht worden. Via het thema van veeltaligheid en meerstemmigheid, via het thema van inspiratie en enthousiasme en ook via Jezus’ leerlingen. Zij die lang geleden merkten dat ondanks verdriet over Jezus’ hemelvaart de geest present bleef en ook over hen zelf vaardig kon worden. Zij zelf waren nu aan zet om in Jezus’ voetsporen te treden en met het voorbeeld van zijn leven voor ogen de wereld in te gaan. Zijn goede boodschap te verkondigen, en God te eren door hun medemens te dienen in woord en daad.  

Vandaag kies ik als invalshoek een van de symbolen die zeer met Gods geest verbonden is geraakt. Een symbool dat doorklinkt in een aantal pinksterliederen dat we vandaag zingen. Ik doel natuurlijk op het symbool van de vogel. Lied  680, Kom heilige Geest, Gij vogel Gods, daal neder waar Gij wordt verwacht. Lied 687 Vuurvogel van de vloed, duif boven de Jordaan, versterk in ons de gloed, wakker het feestvuur aan. En natuurlijk lied 701 Zij zit als een vogel, broedend op het water, onder haar de chaos van de eerste dag. Zij zweeft boven zee, zweeft boven de bergen, zoekend naar een plaats onder de hemelboog. Een lied dat eindigt met ‘de sleutel is zij, toegang tot de schriften, vogel uit de hemel, witte vredesduif.’

Het mogelijk duidelijk zijn, Gods geest, de geest van Pinksteren is niet alleen verbonden met wind en vuur en vreemde talen, maar ook met vogels, in het bijzonder de duif. Geest en vogels verwijzen naar elkaar. En de dichter Bert Schierbeek wist waarom. In een vierregelig vers gaf hij de kern weer van wat vogels bij ons aan religieus gevoel oproepen:

Door te vliegen/ houden vogels/ net als dichters/ het raadsel in stand. 2x

De zweeftocht van vogels door het luchtruim versterkt ons verlangen naar het onbekende, het geheim van het leven en doet ons denken aan vrijheid. In de jaren tachtig van de vorige eeuw zong Klein Orkest dan ook: Alleen de vogels vliegen van Oost naar West-Berlijn, worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten. Vertederd volgen we oudervogels op zoek naar voedsel voor hun jongen en denken aan hun waakzame zorgzaamheid en bescherming. Kom niet te dicht in de buurt van een koppel zwanen of ganzen met jongen, want je wordt weggesist. Ja, alle eeuwen door hebben mensen ook met jaloerse blik naar vogels gekeken. Nauwelijks gehinderd door de zwaartekracht stijgen vogels klapwiekend op, optimaal gebruik makend van de wind. Daarom maakte Icarus in de Griekse mythologie vleugels van was om zich ook los te maken van de aarde, en hoger en hoger te vliegen naar de zon. Helaas , de zon vernietigde zijn vleugels, hoogmoed komt voor de val.

Tja, wij zijn nu eenmaal mensen, geen vogels, al nemen we tegenwoordig gewoon het vliegtuig naar de zon. Wat weer zo zijn eigen problemen geeft. 

Uit de bijbelverhalen blijkt wel dat mensen ook in die tijden met vogels vertrouwd waren. Dat de bijbelschrijvers hun gedrag bestudeerden en hen in hun beeldspraak gebruikten. Ter verwoording van existentiële ervaringen en ter verwijzing naar het goddelijke. In Genesis 1 zweeft Gods geest als een vogel over het water. Een paar hoofdstukken later, in het verhaal van de ark van Noach, spelen vogels zelfs een prominente rol. Eerst de raaf die heen en weer vliegt, dan de duif die nog nergens een droog plekje kan vinden om uit te rusten en dus terugkeert naar de ark. Vervolgens opnieuw wordt weggezonden, terugkeert met een olijftakje in zijn snavel om uiteindelijk bij de derde wegzending niet meer naar de ark terug te keren. Dat we onze geliefde m’n duifje noemen hebben we te danken aan het bijbelse Hooglied en niet voor niets heet een van de bekendste profeten uit het OT duif, in het hebreeuws Jona. Jona de fladderaar die wegvlucht voor Gods opdracht. Ook het NT en het christendom kennen een bijzondere vogel-symboliek met name in relatie tot de duif. De duif bij uitstek immers staat voor en verwijst naar de Heilige Geest. U moet er maar eens op letten, in veel oude kerken is de duif aan de koepel boven de centrale ruimte afgebeeld. Ook verschijnt de duif op doopvonten als verwijzing naar Jezus’ doop in de Jordaan. Een vliegende duif staat voor Jezus’ hemelvaart en twaalf duiven rond een kruis staan voor de twaalf apostelen. Jezus roept in de evangeliën zijn leerlingen op om niet alleen voorzichtig als slangen te zijn maar ook argeloos/oprecht als duiven. En de witte vredesduif is inmiddels een universeel symbool geworden van hoop op duurzame vrede. Ook in onze Arminiuskerk is de duif op meerdere plekken te zien.

Zoals de duif in Genesis staat voor het nwe leven dat na de zondvloed aanbreekt op aarde, met nieuwe kansen om het goede te doen, zo staat ook bij Matteus de duif voor nieuw leven, een nwe wereld zelfs. De door God gezonden vredesduif van Nazareth, gedoopt in de Jordaan, deze vredesduif, hij zal Gods liefdevolle bedoelingen met de wereld het meest duidelijk representeren én voorleven.

Gemeente, ook Stefan Zweig, de Duits-Oostenrijkse schrijver die tevens een boek over Erasmus schreef, hij liet zich inspireren door de bijbelse duif. Zweig schreef er temidden van het geweld van de Eerste Wereldoorlog in 1916 een verhaal over. Hij noemde het de legende van de derde duif. Wat was er toch in hemelsnaam met die derde duif gebeurd die niet meer terugkeerde in Noachs ark? Met zijn verbeeldingskracht laat Zweig die duif de wijde wereld invliegen. Ze ziet een bevrijde aarde, zo nieuw en zo oud tegelijk, precies zoals God die eens had bedoeld.

Een aarde waar het goed is om met elkaar te vertoeven en waar ieder zijn naam in vrede draagt. Vol vreugde, vol enthousiasme en nieuwsgierigheid vliegt de duif de horizon tegemoet, tot de vleugels zwaar worden en het gevederte voelt als lood. De duif kiest zich een nest in een geboomte. Vele jaren gaan voorbij , ze wordt oud maar lijkt door de dood vergeten. Af en toe hoort de duif de nabijheid van mensen. Zacht lachen, hard schreeuwen, het spelen van kinderen. Zonder angst luistert ze ernaar. Mensenvriend als ze is. Tot op een dag het hele bos begint te dreunen. Alsof de aarde in tweeën breekt. Door de lucht suizen zwarte metalen voorwerpen, waar ze neerkomen springt de aarde ontsteld omhoog. Nee drones zijn het nog niet, maar het zijn wel wapens die dodelijk zijn. De duif van Stefan Zweig, de vredesduif ontwaakt uit de droom van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, spant de vleugels en vliegt heen. Opnieuw de wereld over om ergens in vrede te kunnen leven en sterven. Laten we de duif van de vrede zoeken, aldus Zweigs boodschap. Maar tegelijk: de duif van de vrede zullen we pas vinden als we een plek van vrede creëren waar ze zich welkom voelt en vredig uit kan rusten.

Dat brengt ons opnieuw bij het Pinksterverhaal. Zweig roept ons in navolging van het Pinksterverhaal op om met alle geestkracht die er in ons is vrede te blijven zoeken, plekken van vrede te creëren en elkaar op die plekken te attenderen. Dan zullen we de derde duif terug zien. Zoek de duif, vind de duif, bereid haar een plek.   

Eén initiatief in dit verband noem ik u graag. Het is een stichting met als naam: Deel de duif.  Opgericht om te midden van polarisatie, haat en geweld op zoek te gaan naar verbinding door middel van gesprekken. Tegen moslimhaat en antisemitisme, voor het bouwen van bruggen over tegenstellingen heen. Het beeldmerk van stichting is een vredesduif, met daarnaast de woorden salam, sjaloom en vrede. Deel de Duif is opgericht na de explosie van geweld in het Midden Oosten vanaf oktober 2023. Door Oumaima Abdellaoui, David Roos, Selma Boulmalf en Boaz. Hun drijfveer:   zijn we in staat om ook in moeilijke tijden, waarin heel veel talen door elkaar klinken, vaak boos, zelfs vol haat, zijn we dan toch in staat om op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke taal. Een taal die ons voor elkaar opent en verwoordt wat ons met elkaar verbindt in plaats van scheidt. Om zo de wereld een stukje vrediget te maken. De moslima Oumaima schreef er zelfs samen met rabbijn Lody vd Kamp een boek over, getiteld Over Muren Heen. Over stichting Deel de Duif werd de Pinkstergeest vaardig, laat ie ook vaardig worden over ons. Dan worden de vruchten van de geest echt zichtbaar: de liefde en de vreugde, de vrede allermeest.

Gemeente, Ik zou nu amen moeten zeggen maar er is nog één schitterend gedicht over een duif dat ik u tot slot ga voordragen: het is van Willem Wilmink en het heet: God woont in de Fokke Simonszstraat. Het geeft een knipoog naar het zondvloedverhaal en laat zien hoe het toch nog goed kwam nadien.

God woont in de Fokke Simonszstraat Ik hoorde het van een zeereerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
De Here wou met deze aarde
Niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij Hem overstelpen
met eredienst en dankgebed
het zou geen ene moer meer helpen:
Er werd een punt achter gezet.

Maar zie: daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch in de grote stad
een doodziek duiffie aan ’t verzorgen
Dat-ie op straat gevonden had.

‘Kristus, wat mot je dan? Wat wil je?
Ja, kijk me maar es effe an.
Godsallejeisis, beest, wat tril je.
Leg nou toch effe rustig, man.’

Toen heeft de Heer Zijn toorn bedwongen,
Want Hij kreeg schik in het geval
Hij spaarde dus de kleine jongen,
De zieke duif en het heelal

Gerelateerd