22 april 2026

Resonantie op weg naar Emmaüs

Geschreven door Koen Holtzapffel

Dienst tweede zondag na Pasen 19 april 2026 Arminiuskerk

Resonantie op weg naar Emmaüs

Voorganger Koen Holtzapffel

Overdenking

Natuurlijk is het verhaal van de Emmausgangers bekend, ik mag het ook zelf graag lezen in de weken na Pasen. Het blijft een van de mooiste verhalen voor deze tijd van het kerkelijk jaar. Jezus die toch nog weer aan de zijnen verschijnt, in andere gedaante dan voorheen. En die hen ook na pasen weet te bemoedigen, in cognito, tot hij wordt herkend bij het breken van het brood. Het is een verhaal in een taal die het hart verstaat. Een verhaal met een eigen zeggingskracht die de tijd tussen Jezus en zijn leerlingen en ons moeiteloos overbrugt. Immers, de ervaringen van de leerlingen, hun wisselende stemmingen en verlangens blijven alle eeuwen door herkenbaar.  Ook in onze specifieke context: hoe houd je hoop als de weg naar barmhartigheid, vrede en gerechtigheid onbegaanbaar lijkt. Als niet de zachte krachten maar de harde patsers het voor het zeggen hebben. Niet het recht maar de macht van de sterkste? Hoe houd je dan je rug recht? Een vraag waarop de Amerikaanse paus Leo een niet mis te verstaan antwoord heeft gegeven. Soft versus hard power. En waarop ook het verhaal van Lucas een antwoord wil zijn. Het breken en delen van het brood speelt daarbij een cruciale rol. Niet een handeling waar de dames en heren van MAGA erg van onder de indruk zijn. Maar wel een cruciale handeling in de wereld en in het diaconaat. Op een zondag dat twee diakenen worden bevestigd in hun ambt en straks het diaconale doel Tent of Nations wordt toegelicht.

Het verhaal van de Emmausgangers is alleen bij Lucas te lezen en legt direct na Pasen, in de loop van de dag van de opstanding, een verbinding tussen Jezus en diegenen die door hem geïnspireerd zijn. Het verhaal wil laten zien hoe ook anderen dan Jezus, toen en nu, op kunnen staan en verder gaan. Kleopas en zijn vriend, twee uit de kring van Jezus leerlingen, lopen bedroefd van Jeruzalem naar Emmaus, een afstand van ongeveer 3 uur. Ze zijn op weg naar huis, verdrietig, ontmoedigd, wanhopig. Lucas laat doorschemeren dat ze zich onderdrukt voelden en hoopten op bevrijding van de Romeinse heerschappij. Zou Jezus die bevrijder zijn? Zij leefden van de hoop dat hij dat inderdaad zou zijn. Maar hun hoop was op Goede Vrijdag definitief de bodem ingeslagen. Na Jezus kruisiging was alles weer als tevoren. Een leven in angst, onveiligheid , met angst voor controles en arrestaties. Hun weg naar huis was er niet een van bevrijdende overwinning geworden maar van nederlaag. Terug naar af, laat alle hoop maar varen gij die onderweg zijt. Maar juist in hun diepste ellende krijgen deze bedroefden van hart op hun Camino gezelschap van een medewandelaar, bijna terloops wordt het gezegd. Wat een wonder eigenlijk. Juist nu zij zo’n behoefte hebben aan een luisterend oor, een troostende nabijheid is er plots een medewandelaar. Wat een Godsgeschenk. Maar wat doet die medewandelaar nu precies?

Hij vergezelt Kleopas en zijn vriend maar maakt zich niet bekend als ze hem niet herkennen. En het eerste dat hij doet is luisteren naar hun verdrietige verhaal. Oprecht leeft hij mee, verplaatst zich in hun bittere teleurstelling. Waar zij zijn daar is hij, en open en uitnodigend vraagt hij: waarover lopen jullie toch te praten? Het is precies de invitatie waarop ze hebben gewacht. Nou, breek ons de mond niet open, wat ons overkomen is… Ze voelen zich uitgenodigd om hun levensverhaal te delen, met alle hoogte-maar vooral dieptepunten, met de weemoed en wanhoop van dien. En de medewandelaar, hij luistert respectvol. Pas als zij hun verhaal hebben verteld, hun bezwaarde hart ontlast, pas dan is er wellicht ook wat ruimte om te horen wat hij nu te zeggen heeft. Wat hij aan nieuw perspectief kan bieden. Eerst luisterend , dan pas sprekend, zo is Jezus van betekenis. Kleopas en zijn vriend hadden toch gehóórd dat de messias moest lijden voorafgaand aan zijn verrijzenis? Ze wisten toch dat dood en verderf uit het leven niet weg te poetsen zijn? Maar ook dat diezelfde dood en verderf niet het laatste woord zouden hebben? Ze hadden het toch niet alleen gehoord maar ook in vertrouwen geloofd? Waarom zou dan nu, op het moment van de waarheid alle geloofsvertrouwen weggesmolten zijn als sneeuw voor de zon? Juist nu het er op aan kwam om te blijven geloven in de waarde en waarheid van de weg van de messias.  Een weg van barmhartigheid, vrede en gerechtigheid. De enige weg die echt voorbij de dood naar het leven leidt. En wellicht het allerbelangrijkste, een weg die niet alleen de messias ging, maar die ook zijn leerlingen en navolgers moeten gaan. Kleopas en zijn vriend, u en ik.

Ach nee, uit zichzelf konden Kleopas en zijn vriend dat perspectief, die bezieling niet meer halen. Daarvoor waren ze te veel door verdriet overmand. Maar ze voelen nu de bemoediging die er van hun medewandelaar, hun reisgenoot uitgaat. De inspiratie, de hoop. Nee, verstandelijk is het niet te bevatten, maar het raakt hen in hun hart. ‘Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons sprak. Zo rustig en begripvol.’ Inderdaad, het verhaal van de hoop gaat verder en Kleopas en zijn vriend, wij moeten dat verhaal van de hoop dat we ontvangen hebben nu doorvertellen. Ook onder moeilijke omstandigheden, juist in duistere tijden. Als een nieuw begin van leven.

En dan, wat ging dat ongemerkt snel, zijn ze in Emmaus aangekomen. Er is inmiddels zo’n band met die vreemdeling ontstaan, met die medewandelaar, reisgenoot, bondgenoot zelfs, dat zij hem niet meer willen laten gaan. Ze doen of ze hem willen vasthouden voor zijn bestwil, maar eigenlijk gaat het om hun eigen bestwil. ‘Blijf toch bij ons want het wordt al donker, de dag loopt ten einde. De nacht met haar gevaren is aanstaande.’ Tja, ze kunnen nog niet zonder hun kersverse bondgenoot. Hij is nog nodig om dat prille sprankje hoop, dat opnieuw ontluikend vertrouwen,

dat nwe perspectief vast te houden. Een dunne draad verbindt hen weer met toekomst, maar wat is die draad nog broos. En Jezus zou Jezus niet zijn of hij gaat op hun uitnodiging in. En dan neemt hij aan tafel opnieuw  het brood dat hij ook op witte donderdag brak. Het verhaal, het ritueel, de symboliek gaat verder.  Hij zegent het brood, breekt het en geeft het hen. En precies op dat moment weten ze plots heel zeker dat hun reisgenoot Jezus is. Zoals Maria van Magdala in het Johannesev plots ook heel zeker weet dat de tuinman Jezus is. Zij herkent hem aan zijn stem, de Emmausgangers herkennen hem aan het breken en delen van het brood. En als zij die zekerheid hebben, dan verdwijnt Jezus uit hun ogen. Net zo wonderlijk als hij gekomen is. Hij is niet meer zichtbaar aanwezig maar dat hoeft ook niet meer. Want in hun hart woont hij nu voor altijd. Door een teken gaan zij zien dat Jezus ook na Pasen met hen en ons en heel de aarde verbonden blijft. Dat hij lééft in zijn voortgaande weg van barmhartigheid, vrede en gerechtigheid. In het breken en delen van het brood. En zijn leerlingen, omstanders en ons nodigt hij uit om nu ook dat zelfde te doen. In dienstbaarheid aan elkaar en aan de wereld. Ja, de Emmausgangers kunnen gesterkt door hun reisgenoot omkeren naar Jeruzalem. Daar gaat hun levensreis verder. Daar zullen ze ondanks alles getuigen van de hoop die er in hen is. Daar zullen ze in Jezus’ naam opnieuw brood delen en breken.    

Ten slotte: In een snelle, onrustige, gepolariseerde en op permanente groei gefixeerde samenleving raken we vervreemd van de wereld om ons heen, van onze medemensen,  onszelf, het goddelijke en God. We ervaren geen verbondenheid meer en verlangen er tegelijk intens naar. Hoe kunnen we meer aandacht geven aan wie en wat we ontmoeten, hoe kunnen we weer open staan voor de ander en ons verbonden voelen? De Duitse socioloog Hartmut Rosa stelt daartoe het uit de natuurkunde stammende begrip resonantie centraal. Het meetrillen met wat een medemens maar ook een gebeurtenis of een kunstvoorwerp aan trilling in ons teweeg kan brengen. Waardoor we worden geraakt en ons diepgaand verbonden voelen. Ik kan het niet verder uitwerken maar ook op weg naar Emmaus speelt resonantie een rol. De ontmoeting onderweg raakt de Emmausgangers diep, is niet te conserveren maar verandert blijvend hun leven en zal altijd na blijven trillen. Zoals die ontmoeting ook natrilt , meeresoneert in de woorden die Ida Gerhardt dichtte:

De liefde bidt voor wie niet weten wat zij doen.

Gekruisigd blijft zij stil voor wie de hamer heft. //

En na de sabbath keert zij tot de treurenden,

verrezen uit het graf wandelt zij in de hof.//

Onherkend zit zij aan, met hem, met u, met mij,

te Emmaüs, tot het brood door Hem gebroken is. Amen.   

Gerelateerd