In Vrijheid gedenken
Geschreven door Koen HoltzapffelZondag 3 mei 2026 (In) vrijheid gedenken
Voorganger Koen Holtzapffel
Lezingen: Exodus 16: 31-36, uit Galaten 5 en Lied 709
Ook dit jaar staan we aan het begin van de maand mei stil bij ingrijpende gebeurtenissen in onze vaderlandse geschiedenis. Op 4 mei gedenken we de miljoenen slachtoffers van een monsterlijke ideologie. Opdat wij niet vergeten. Op 5 mei vieren we de bevrijding, opnieuw opdat wij niet vergeten. Niet vergeten welke prijs er is betaald voor onze bevrijding, onze vrijheid. Niet vergeten hoe kostbaar die vrijheid is en hoeveel mensen in de wereld die vrijheid niet bezitten. En zeker ook om niet vergeten dat onze vrijheid een verantwoordelijke vrijheid is die ook benut moet worden tbv de vrijheid van anderen. Herdenken is verplaatsingskunde.
Gedenken en vieren horen bij elkaar. Wie viert zonder te gedenken maakt er snel een nogal oppervlakkig feestje van zoals er zovele zijn. Maar wie gedenkt hoeft het vieren daarbij niet te vergeten. Want wie bewust viert toont daarmee besef van en dankbaarheid voor het kostbare geschenk van de vrijheid dat ons geschonken is.
Gedenken heeft alles te maken met stil staan bij en overdenken van wat ons aan hoge waarden in het leven meegegeven is: solidariteit, moed, liefde en empathie, trouw, vrijheid, opoffering en gerechtigheid. In de laatste strofe van het Wilhelmus dat we straks zullen zingen wordt gesproken over het obediëren in der gerechtigheid. Gehoorzaam moeten we zijn aan de over ons gestelde machten, maar meer nog moeten we trouw zijn aan barmhartigheid en vrede en gerechtigheid.
De Baal Sjem Tov, een beroemd geestelijk leider van de grote joodse gemeenschap in Polen in de 18e eeuw sprak eens de woorden: vergeetachtigheid leidt tot ballingschap. Gedenken is het geheim van verlossing. (2x)
In de gelezen passage uit Exodus weet men daar alles van. Exodus, dat is uittocht uit Egypte, dat is een universeel verhaal over vlucht uit onvrijheid en onderdrukking. Vanuit een verlangen naar vrijheid én vanuit de opdracht om die vrijheid ook in te zetten tbv anderen. Elk jaar opnieuw wordt die uittocht met Pasen herdacht en klinkt mee in de Paasopstanding van Jezus.
Niet om het verleden krampachtig vast te houden of er nostalgisch in weg te vluchten, wel om in het heden te kunnen leven en hoop te houden voor de toekomst. Kerk zijn in het teken van de hoop.
In de gelezen passage zegt Mozes tegen zijn broer en priester Aäron: Je moet 2 kilo manna in een kruik doen. Die kruik moet je neerzetten op de plek waar God vereerd wordt. Daar zullen we het manna bewaren dat ons tijdens de tocht door de woestijn geschonken werd. Juist ook voor de mensen die na ons zullen leven. Het is een daad van liefdevolle dankbaarheid van Mozes. Hij wil dat een betekenisvolle hoeveelheid van het manna geplaats wordt bij de ark met daarin de stenen tafelen met de 10 geboden. Te bewaren voor het nageslacht als een herinnering aan de redding uit de nood. Als een blijvend gedenkteken van goddelijke hulp en bijstand. Wellicht te vergelijken met het beroemde Zweeds wittebrood. Of met de urnen in de gedenkmuur van het Nationaal Monument op de Dam, die aarde van erevelden bevatten. Mozes wist hoe snel weldaden, momenten van intense vreugde na verdriet ook weer vergeten zouden worden. In ieder geval op de achtergrond zouden geraken bij het leven van alledag. Handen uit de mouwen, zie niet om, wederopbouw. Moesten latere profeten het volk niet steeds opnieuw herinneren aan de bevrijding die hen eens ten deel was gevallen?
Bijzondere momenten verdienen monumenten. Gedenktekenen, een lieu de memoire. Ze helpen om bijzondere momenten uit het verleden te koesteren en dat is tegelijk het behoud ervan. Daarom laat Mozes een kruik met manna plaatsen bij de ark om te getuigen: ik, wij zullen niet vergeten en wij aanvaarden een opdracht.
En dat brengt me bij dat bijzondere lied dat we zongen, gezang 709, speciaal voor bevrijdingsdag geschreven, de tekst is van Ad den Besten op een melodie van Willem Vogel. Nooit lichter ving de lente aan.
Het beschrijft de vreugde, het gevoel van dit nooit meer, van het zal helemaal anders worden. Maar het lied beschrijft ook het in vergetelheid raken, het vervallen in oude fouten, het onvoldoende bewust stil staan bij de hoge geestelijke waarden die verdedigd moeten worden en het veronachtzamen van de daarmee samenhangende opdracht om de vrijheid te verdedigen.
Het lied begint heel vreugdevol: bevrijdingsdag 1945. Nooit lichter ving de lente aan dan toen met hulp van Gods geest het volk bevrijd werd. De vreugde om de bevrijding was groot maar ging ook gepaard met eerbied voor de slachtoffers, werd huiverend gevierd.
Vol idealisme klinkt het vervolgens: de winter leek voorgoed voorbij, vóór ons lag de volle zomer. Verbeelding aan de macht, alles nieuw, de slavernij voor altijd verbroken. Tja, wij weten inmiddels wel beter. Het is nog steeds en opnieuw vol oorlogen om ons heen. Niet voor niets worden elk jaar in Middelburg de Four Freedoms Awards uitgereikt. Dit jaar o.a. aan president Zelensky en het Oekraiense volk. Zij strijden ook voor onze vrijheid. De Awards worden uitgereikt omdat er nog steeds heel hard gestreden moet worden voor vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijwaring van gebrek en van angst.
Het leidt tot het derde couplet van het lied: winters werd het in dit land, en niet alleen in dit land. Het is kil geworden in ons midden en om ons heen. Van het idealisme lijkt weinig meer over. Eerder heerst er somberheid en wanhopig klinkt de vraag: zal het ooit nog vrede zijn?
In het vierde couplet wordt daar een kritische vraag aan toegevoegd. Uiterst relevant voor mensen die willen gedenken en vieren. O God wat zijn we dwaas geweest, dat w’aan de vrijheid zó gewenden dat we de vijand niet herkenden. Buiten ons niet, maar ook niet in ons zelf. Wat hebben we er precies mee gedaan, met die herwonnen vrijheid van ons. Zijn we niet in slaap gesust, verwend, zijn we de vrijheid niet te veel als normaal gaan beschouwen?
Het zijn vragen waar juist remonstranten met hun beginselen van vrijheid en verdraagzaamheid steeds opnieuw bij stil moeten staan. Wij genieten in ons land gelukkig nog steeds een grote mate van vrijheid. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van doen en laten, ja we staan in de vrijheid. Maar die vrijheid is niet onaangevochten en ook niet vanzelfsprekend. Zoals de vrede altijd broos is en bewaakt moet worden, zo ook de vrijheid. Vrede en vrijheid lijken op een aantal plekken verder weg dan ooit. Dan besef je pas echt hoe bevoorrecht je bent en hoe achteloos je vaak met dat kostbare goed omgaat. Je mag er stil van worden en dankbaar voor zijn. En tegelijk inspireert het je hopelijk om met vreedzame middelen te strijden voor bevrijding elders en geestelijk weerbaar te zijn. Want vrijheid heeft een prijs.
En dan dat slotcouplet. Naast het vragen van vergeving om onze vaak zo achteloze en onoplettende omgang met die kostbare ons geschonken vrijheid, bevat het ook een oproep, een opdracht. ‘Doe met krachten ter bevrijding ons hier in Christus’ vrijheid staan.’ En die opdracht brengt ons bij de bij remonstranten zo geliefde tekst uit Galaten 5. Sta in de vrijheid waarmee Christus u heeft vrijgemaakt en laat u niet opnieuw een slavenjuk op leggen. Ja, U bent geroepen om vrij te zijn maar misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen maar dien elkaar in liefde.
Hier gaat het uiteindelijk om als we de bevrijding gedenken en vieren: wat doen we met die vrijheid, waarvoor en hoe gebruiken we die vrijheid ten bate van onszelf en anderen? Het draait hier om het bekende onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid. Negatieve vrijheid is de vrijheid om met rust gelaten te worden, om niet beknot te worden in je denken en doen door geboden of verboden. Vrijheid als de afwezigheid van inmenging en restrictie. Een groot goed. Maar negatieve vrijheid alleen maakt ons samenleven niet leefbaarder. Daar is ook de positieve evangelische vrijheid voor nodig. De inzet voor hoge morele waarden: innerlijke vrijheid, dienstbaarheid, verdraagzaamheid, respect voor medemens en natuur, kortom een verantwoordelijke vrijheid, vrijheid in verantwoordelijkheid. Vrijheid die respect heeft voor de vrijheid van anderen en voor de integriteit van heel de bewoonde wereld.
Ach, onze verre voorvader Simon Episcopius wist het al toen hij op 7 december 1619 op de Dordtse synode sprak van een vrijheid die het gulden midden houdt tussen slavernij en bandeloosheid. ‘Daarom zoeken wij geen alles in twijfel stellende theologie, maar die gulden vrijheid, die het midden houdt tussen slavernij en ongebondenheid.’
Gemeente, Als wij tijdens het gedenken en vieren van de bevrijding beseffen hoe kostbaar de vrijheid is, hoe aangevochten wereldwijd en hoe belangrijk onze eigen inzet is voor vrijheid en vrede, dan mogen en kunnen we met volle overtuiging zingen:
O God raak ons weer aan met levensadem, lentetijding.
Doe met krachten ter bevrijding
ons hier in Christus’ vrijheid staan. Amen.
