Hugo de Groot, op zoek naar waarheid, vrede en liefde
Geschreven door Koen HoltzapffelOverdenking 5 okt 2025, Hugo de Groot, op zoek naar waarheid, vrede en liefde.
Voorganger: Koen Holtzapffel
Gelezen werden Jesaja 7: 10-17 en twee stukjes uit Over het recht van oorlog en vrede, De iure belli ac pacis
Gemeente, Ik krijg nog wel eens de vraag waarom het in Delft geboren wonderkind Hugo de Groot niet alleen op de Markt van Delft, maar ook voor het Rotterdamse stadhuis in brons is vereeuwigd. Dat is te danken aan het historisch genootschap Roterodamum dat in 1963 wilde gedenken dat De Groot 350 jaar eerder (in 1613) benoemd was tot pensionaris van Rotterdam. Het beeld van de hand van beeldhouwer Auke Hettema werd op 27 oktober 1970 onthuld. Het vormt een ensemble met het beeld van Johan van Oldenbarnevelt (ook voor het stadhuis) en dat van Gijsbert Karel van Hogendorp bij het Rotterdamse WTC. De sokkel bevat een tekst die staat voor De Groots gedachtengoed en nog altijd tot nadenken stemt:
datmen voor al de waerheyd hebbe/ende behoude: want sonder de/waerheyd en is het geen vrede/en is het geen liefde.
Waarheid, vrede en liefde, een H Drieeenheid voor De Groot. Het komende kwartier ga ik het verder niet over dat standbeeld hebben maar wel kort over zijn leven; over zijn belangrijkste boek dat in 1625 verscheen en over Hugo de Groot als theoloog, iets dat veel te weinig bekend is.
Iets over zijn leven: Hugo de Groot werd op eerste Paasdag 1583 geboren in een Delftse patriciersfamilie en groeide op als wonderkind. Op 11 jarige leeftijd gaat hij naar de net opgerichte Leidse Universiteit, op zijn 16e promoveert hij en als 18 jarige gaat hij aan de slag als advocaat. Ga d´r maar aan staan. In 1609 publiceert hij een baanbrekend juridisch werk over vrije toegang tot de zee, Mare liberum. Het is de start van het internationale zeerecht. Vanaf 1613 is De Groot dan raadspensionaris in Rotterdam, in navolging van Johan van Oldenbarnevelt die deze functie eerder heeft bekleed. Hun levens zullen nauw met elkaar verbonden blijven. Als pensionaris van Rotterdam zorgt De Groot dat er een definitief standbeeld komt voor Erasmus, voor hem een inspiratiebron van wetenschappelijke nauwkeurigheid, vroomheid en verdraagzaamheid. Tijdens zijn werkzaamheden in Rotterdam spitsen de tegenstellingen tussen de aanhangers van Jac Arminius en Fr Gomarus zich toe. Tussen Bavianen en Slijkgeuzen. De Groot hoort bij de arminiaansgezinden. En dat wordt ook zijn val. Want als prins Maurits zich tot de partij van de gomaristen, de contraremonstranten bekent, dan ziet het er voor de remonstrantse zaak somber uit. Wie zoals De Groot hoog te paard zit kan diep vallen. Johan van Oldenbarnevelt wordt in 1619 vermoord, voordien heeft de Synode van Dordt de remonstrantsgezinden de kerkdeur al uitgezet. Het leven van het Delftse wonderkind verandert radicaal. Hij wordt gearresteerd en krijgt levenslang. Gevangen in staatsgevangenis Slot Loevestein ontsnapt hij maart 1621 in de beroemde boekenkist, waarvan er inmiddels minstens 5 bestaan, verspreid over de wereld. Na de ontsnapping vlucht De Groot in metselaarskleren naar het buitenland. Eerst Antwerpen, waar in 1619 ook de Rem Br wordt opgericht, dan Parijs. In Frankrijk heeft hij nauw contact met zijn ook gevluchte vriend Johannes Wtenbogaert. Wtenbogaert zal na de dood van Maurits wel uit ballingschap terugkeren naar Den Haag. Het is Hugo de Groot niet gegeven. De rest van zijn leven zal hij in het buitenland wachten op eerherstel. Naast diplomatieke functies besteedt hij veel tijd aan wetenschappelijk werk, zowel op het gebied van het recht als van de theologie. Hij, de man die in zijn tijd op de bres staat voor waarheid, vrede en liefde en aan de wieg staat van het internationaal recht. Maar hij staat ook voor een modernere, kritisch-wetenschappelijke manier van bijbel lezen. Als gezant van Zweden aan het Franse hof sterft hij in 1645 aan de gevolgen van een schipbreuk op de Oostzee. De Groot wordt begraven in de Nieuwe Kerk van Delft, notabene vlakbij zijn grootste vijand, prins Maurits. O ironie der geschiedenis.
De Groot als jurist. Gemeente, Dit jaar wordt herdacht dat De Groots belangrijkste juridische werk 400 jaar geleden, in 1625 verscheen: De iure belli ac pacis, Over het recht van oorlog en vrede. De Groot predikte de vrede, maar was geen pacifist. In de mensenwereld met al haar slechtheid is oorlog soms noodzakelijk. Maar, de toepassing van oorlog als middel in de politiek moet zoveel mogelijk beperkt worden. Dus kan een oorlog alleen gerechtvaardigd zijn als die oorlog gericht is op herstel van onrecht. En daarnaast moet het dan onmogelijk zijn om een beroep te doen op een overkoepelende rechtsinstantie, zoals tegenwoordig het Intern Hof van Justitie. Ik ben geen jurist en laat de nuances van De Groots boek graag over aan in het volkenrecht gespecialiseerden. Maar de basis voor zijn volkenrecht vond De Groot in het zogenoemde natuurrecht. Door de mens met een bepaalde natuur te scheppen heeft God die mens ook uitgerust met een vast besef van goed en kwaad. Daaruit is het natuurrecht voortgekomen en dat recht geldt altijd, zelfs als God niet zou bestaan. Het natuurrecht omvat het recht op leven en op eigendommen die voor de instandhouding van dat leven nodig zijn. Wederzijds respect voor dat leven en die eigendom maakt een vredige wereldgemeenschap mogelijk. Daaruit volgen bij De Groot ook de motieven die het voeren van oorlog kunnen rechtvaardigen: zelfverdediging, herstel van eigendom, vereffening van schulden en zware overtredingen tegen dit natuurrecht. Natuurlijk klinkt dit idealistisch, maar De Groot wilde zo bewerkstelligen dat die alsmaar voortwoekerende oorlogen aan regels gebonden zouden worden en dus in aantal sterk ingeperkt. En ook dat mensen zich bewust zouden worden van het gruwelijke van oorlogen en hun geweten laten spreken. Ja, in het oorlogsbedrijf zouden zelfs bijbelse deugden toegepast kunnen worden, de deugd van toegeeflijkheid, mildheid en naastenliefde. Tja, oorlog en naastenliefde, het blijft een heel moeilijke combinatie. Toen en nu. Maar, zo De Groot, als oorlog voeren helaas bij onze menselijke soort lijkt te horen, laat het dan in ieder geval door regels van het recht gebonden zijn. Zo verminderen oorlogen in aantal en gruwelijkheid. Het klinkt idealistisch en dat is het ook, maar het is en blijft ook heel actueel. De Groots beroemdste boek is dan ook alle eeuwen door opnieuw uitgegeven en hij wordt gezien als de vader van het humanitaire volkeren- en oorlogsrecht. Alleen al daarom moeten we van hem meer weten dan alleen zijn naam.
En dat brengt me, juist op zondagmorgen in de kerk bij Hugo de Groot als theoloog. Gedurende zijn jaren in ballingschap ontpopte De Groot zich als een zeer onderlegd theoloog die vele uren gestoken heeft in bijbelstudie en daarover Aantekeningen deed verschijnen, uiteindelijk meer dan 2200 dichtbedrukte pagina’s. Waarom hield hij zich met de bijbel bezig? Kort en goed: om waarheid, vrede en liefde te bevorderen. Na de strijd tussen katholiek en protestant maakt De Groot zelf de strijd mee tussen remonstranten en contraremonstranten. De waarheid, de vrede en de eenheid in liefde wordt mede door geloofskwesties geweld aangedaan. De Groot wil boven de partijen staan en wordt dus geen lid geworden van de Rem Br hoewel hij met de remonstr zaak sympathiseeert. Met zijn zorgvuldige bijbelstudies hoopt hij de eenheid in liefde onder de gelovigen te herstellen. Daartoe probeert hij de bijbel onbevooroordeeld te lezen, zonder dogmatische oogkleppen op. En ook zonder iemand met wie hij van mening verschilt gelijk uit te maken voor een ketter. Het verketteren van andersdenkenden is De Groot net als Erasmus een gruwel. Druk je eigen gelijk niet door ten koste van een ander en wees een beetje verdraagzaam.
Wat ontdekt De Groot dan in de bijbel, wat benadrukt hij? Hij ziet dat een eenduidige visie in de bijbel ontbreekt. De bijbel bestaat uit vele boeken, in heel verschillende tijden ontstaan en voor heel verschillende groepen luisteraars en lezers geschreven. Er klinkt in de bijbel altijd een divers geluid, stem én tegenstem. Er is in de bijbel niet één onwrikbaar dogma, niet één absolute leerstelling te vinden waaraan alle andere teksten ondergeschikt zouden zijn. Heel interessant is wat De Groot schrijft over profeten en profetie. Daarom lazen we ook een stukje van de profeet Jesaja. Profeten worden dikwijls gezien als toekomstvoorspellers, als glazenbolkijkers. Daarbij zou het dan vooral gaan om hun voorspelling van de komst van de messias, van Jezus. Jesaja die vele eeuwen voordien de komst van Jezus al voorspelt. Maar, wie de profeten zorgvuldig leest gaat beseffen dat het niet een soort toekomstvoorspellers zijn. Het gaat profeten als Jesaja niet om een blik in de verre toekomst maar om het heden, de maatschappij waarin zij zelf leven en waarin zij misstanden aantreffen die zij onverbloemd aan de kaak stellen. Niet over de toekomst maar over het heden laten zij een kritisch geluid horen waarbij ze de machthebbers van hun tijd niet sparen. En dus zit in elke profeet iets van een onheilsprofeet. Als we op deze manier voortgaan, dan , ja dan gaat het mis. Maar we kunnen ook anders, als we maar willen. Vanwege die kritische stem worden de meeste profeten in hun eigen tijd niet geëerd. Denk maar even aan de vrouwelijke Amerikaanse bisschop Mariann Budde en de wijze waarop zij Trump aan de evangelische boodschap herinnerde direct na zijn inauguratie. Dus, in casu van Jesaja: Hoe inspirerend het ook is om in de Adventstijd uit Jesaja te lezen, over een jonge vrouw die een kind zal baren, over een volk dat in duisternis wandelt en eens het licht zal zien, over zwaarden die tot ploegscharen worden omgesmeed, we mogen in het achterhoofd houden dat Jesaja die teksten uitsprak in en voor zijn eigen tijd, en niet voor het kind in de Kerstkribbe.
Zoals je je ook door de Openbaring van Johannes kunt laten inspireren, terwijl je tegelijk beseft dat die tekst niet over onze tijd gaat maar over het Romeinse rijk. Ook kun je je door Paulus´ uitspraak laten inspireren dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof alleen, terwijl je tegelijk weet dat de bijbel op veel plaatsen geloof en goede werken met elkaar verbindt. Zie het OT als een zelfstandig boek en niet als een inleidend hoofdstuk bij het NT. Dat is het nieuwe inzicht van De Groot. Jesaja spreekt primair tot zijn eigen tijdgenoten en niet tot mensen vele eeuwen later. En toch kun je je ook nu nog steeds door Jesaja laten inspireren. Vanwege zijn verlangen naar vrede en recht, vanwege zijn aan de kaak stellen van onrecht en machtsmisbruik.
Ten slotte: Zo komt De Groot tot wat ik nu maar noem een volwassen manier van bijbellezen. Met oog voor de diversiteit van de bijbelverhalen, met oog voor de verschillende tijden waarin de bijbelboeken zijn ontstaan, voor de diverse groepen waarvoor ze geschreven zijn. Bijbelverhalen blijven inspirerend, maar je moet ze lezen met historisch besef en zonder dogmatische oogkleppen. Ik zou denken dat remonstranten dat nog steeds, met vallen en opstaan, proberen, in de voetsporen van de illustere De Groot. En dan die oorlog en oorlogsdreiging. De Groot worstelde ermee, wij nog steeds. We mogen er nooit aan wennen en juist vanmiddag is er die optocht in Amsterdam. Hugo de Groot kon oorlog niet voorkomen, maar hij dacht wel na over de vraag hoe het er steeds minder konden worden en ook minder gruwelijk. Daarvoor verdient hij ook 400 jr later alle respect. Geen enkele oorlog is rechtvaardig, want hij gaat altijd gepaard met onvoorstelbaar leed en onnoemelijke schade. Zie Ukraine, Zie Gaza. Toch kan een oorlog soms nodig zijn, bijv ter verdediging van de internationale rechtsorde. Wie de gewapende strijd aangaat laadt de morele verantwoordelijkheid op zich ook te weten wanneer en hoe de oorlog te beëindigen. We moeten ons met evenveel energie en geestkracht op de vrede voorbereiden als op oorlog. Vrede krijg je uiteindelijk alleen door… vrede te stichten. Daarbij kan De Groots levensspreuk nog altijd leidraad zijn:
‘datmen voor al de waerheyd hebbe/ende behoude: want sonder de/waerheyd en is het geen vrede/en is het geen liefde’
Litt.
Henk Nellen, Hugo de Groot, Een leven in strijd om de vrede
Henk Nellen, Hugo de Groot, Op zoek naar een vreedzame wereldorde
C.J. den Heyer, Verlichte Voorgangers. De strijd tussen dogma en Bijbel in Nl.
