Geloof en Onderzoek
Geschreven door Koen HoltzapffelOverdenking Geloof en Onderzoek
Dienst zondag 21 juni Koen Holtzapffel
Gelezen: twee eigentijdse psalmen van Greet Brokerhof en 1 Thess 5 21 en 22: Onderzoek alle dingen, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet.
Gemeente, het programma voor de komende, tweede Nacht van de Zingeving op 2 oktober is rond. Een van de gasten die we die avond ontvangen is Margot Brouwer. Brouwer is gepromoveerd sterrenkundige, vrijzinnig-protestants van huis uit en schreef een boek waarin het thema van vanmorgen centraal staat: geloof en onderzoek. Titel van het boek is: Sterrenstof zijn wij. Ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven. Het is een pittig boek, en het bevat het persoonlijke verhaal van Brouwers worsteling met de relatie tussen natuurwetenschap en zingeving, in de termen van vandaag, tussen geloof en onderzoek. Daarbij spelen de inzichten van de Joods-Nederlandse filosoof Baruch de Spinoza een belangrijke rol. Spinoza’s inzichten hielpen Brouwer om tot een nieuwe bevredigende verbinding te komen tussen wetenschap en geloof. In dat kader wordt ook het model besproken van bioloog Stephen Jay Gould. Dat model wil een goed onderscheid aanbrengen tussen geloof en wetenschap, geloof en onderzoek en gunt elk van de twee een eigen domein. Zo kunnen ze vredig en met respect naast elkaar bestaan. Het domein van de wetenschap is het domein van meten en weten. Van empirie en waarneming. Daarbij horen vragen als: uit wat voor stof bestaat het universum en welke natuurwetten liggen daaraan ten grondslag? Het domein van de godsdienst, van geloof, houdt zich bezig met vragen rond de zin van het leven, ethische vragen over goed en kwaad en de manier waarop we goed met elkaar kunnen samen leven. Samengevat in een paar oneliners: wetenschap bepaalt de leeftijd van rotsen, godsdienst kan een rots in de branding zijn. Wetenschap onderzoekt de bewegingen van de hemellichamen, religie vertelt je hoe je naar de hemel kunt gaan. Overigens kan godsdienst daarover geen concrete , wetenschappelijk verifieerbare uitspraken doen. Die pretentie moet ze ook niet hebben. Het gaat hier namelijk over geloof, niet over wetenschap. Omgekeerd kan wetenschap ons niet vertellen wat de zin van het leven is, of hoe we het beste met elkaar kunnen samen leven. Wetenschap gaat over zijn, geloof over zin. Wetenschap gaat over hoe het is, geloof over hoe het zou moeten zijn. Natuurlijk kun je dit model op allerlei manieren nuanceren, maar toch helpt het wat mij betreft om geloof en wetenschap elk hun eigen onderscheiden werkterrein te geven. Een hele stap vooruit ten opzichte van vroeger. Hoe vaak heeft het geloof, geinstitutionaliseerd in de kerk, wetenschappers niet gehinderd in hun onderzoek. Vraag het aan Copernicus en Galilei, vraag het aan Darwin. De bijbel werd letterlijk genomen en als de bijbel zei dat de wereld in 6 dagen geschapen was en dat de zon om de aarde draaide, dan was dat zo. Een wetenschapper die op grond van empirische waarnemingen anders beweerde moest zeer op zijn tellen passen. De gevangenis of zelfs de brandstapel was dichtbij.
Tegenwoordig dreigt trouwens nog wel eens het omgekeerde. Omdat het bestaan van God, of onze ziel, of een leven na de dood niet wetenschappelijk te bewijzen valt moet er maar niet meer over gesproken worden volgens een aantal wetenschappers, ook al ervaren we het goddelijke of de ziel of de geest wel degelijk. Ook dat is natuurlijk niet juist, en het miskent dat wij als mensen niet leven van wetenschap alleen. Geloof en wetenschap, geloof en onderzoek zijn elk op hun wijze voor ons van betekenis. We zijn als mensen nieuwsgierig naar hoe de wereld in elkaar zit én we worstelen met de vraag hoe we ons leven zo goed en zinvol mogelijk kunnen leven. Zoals de filosoof Immanuel Kant in navolging van de psalmist al zei: we kijken vol ontzag naar de sterrenhemel hoog boven ons, maar we zoeken ook naar de innerlijke stem van ons geweten.
Bij die twee werelden van geloof en onderzoek, elk met hun eigen onderzoeksveld, horen ook twee verschillende talen, twee wijzen van spreken. De taal van de wetenschap spreekt in tabellen en verklaringen, in wetmatigheden en voorlopige conclusies. De taal van kunst, filosofie, en ook van geloof is minstens zo rijk, maar veel minder exact. Het is de taal die we spreken, denk aan Ramses Shaffy, als we zingen, vechten, huilen, bidden, lachen, werken en bewonderen.
Huub Oosterhuis heeft die twee talen eens prachtig omschreven. Hij spreekt van twee talen in één, van twee niveaus van taalgebruik. Er is de taal van de heldere logica, van objectieve informatie, van er staat wat er staat. Die taal is bedoeld om de raadselen van het leven te ontraadselen en te vangen in precieze definities. Het is een gesloten taal van ondubbelzinnige antwoorden. Zo zit het en niet anders, kijk maar eens goed. Ook Oosterhuis erkent dat onze wereld niet zonder die taal kan en dat iedereen die taal wel verstaat en ook spreekt. Zeker in een wereld waar de wetenschappelijk kijk op dingen de boventoon lijkt te voeren. Tegelijk is het niet de enige taal die we willen en kunnen spreken in ons leven. Als we ons hart willen luchten gebruiken we niet de wetenschappelijke taal. Nee, als we onze diepste angsten of verlangens willen verwoorden, als we spreken van liefde en dood, van schoonheid en troost, van het goddelijk mysterie en onze menselijke verantwoordelijkheid in het leven, dan grijpen we naar die andere taal. Het is een tweede taal, soms diep onder de eerste, wetenschappelijke taal verborgen. Het is de taal van wat eigenlijk niet te zeggen valt en toch gezegd moet worden. Het is de taal niet van het ontraadselen van het geheim, maar van het omspelen van het mysterie. De taal van ontroering, van extase en poëzie, van wat ons ten diepste raakt en inspireert. Het is ook de stamelende taal die we spreken als we proberen te verwoorden wat we geloven. Dat is niet de taal van one liners en scherp geformuleerde dogma’s, maar van de woorden die we spreken als we eerst onze handen hebben gevouwen en de stilte hebben gezocht. (Huub Oosterhuis, In het voorbijgaan)
Gemeente, het is die tweede taal die we hier in de eerste plaats met elkaar proberen te verstaan en te spreken. Het is die taal die we lezen in bijbelverhalen en die ook klinkt in onze gebeden en gezangen. Die taal speekt tot het hart en is zinvol, ook als we Gods bestaan niet wetenschappelijk kunnen bewijzen. Ja ook als we het scheppingsverhaal uit Genesis niet moeten lezen als een pseudowetenschappelijke verhandeling over het ontstaan van de aarde. Het is de taal van een loflied op de schepping, van verwondering over wat er allemaal groeit en bloeit op aarde. Het is de taal die spreekt van de belangrijkste waarden in het leven en van de ons gegeven opdracht om in navolging van Jezus in vrede met elkaar samen te leven. In dit Godshuis staat die taal centraal. Maar dat wil niet zeggen dat die andere taal hier volstrekt afwezig is. Nee, beide talen mogen hier klinken, ze mogen zelfs in gesprek gaan met elkaar. En precies dat hoort bij de vrijzinnige, bij de remonstrantse wijze van geloven.
De vroege remonstranten hebben in navolging van Erasmus geprobeerd om geloof en onderzoek bijeen te houden. Ook in geloof speelt onderzoek een rol zoals in de wetenschap het geloof niet helemaal afwezig is. En precies van die samenhang tussen geloof en onderzoek getuigt het glasmozaiek aan de voorzijde van onze kerk. Van de hand van de kunstenaar Facchina. Zie de uitgereikte afbeelding, zie buiten het echte kunstwerk. Op het mozaiek kun je, naast de engel die de opengeslagen bijbel omhoog houdt, in witte banden de woorden Geloof en Onderzoek lezen. Geloof als bron van ons religieuze leven, Onderzoek als bron van onze menselijke ontwikkeling. En dat alles wordt omringd door een hemels blauw waarin leliën bloeien. Symbool van zuiverheid en oprechtheid, zowel in geloof als in onderzoek.
Er zullen weinig kerken zijn die geloof en onderzoek op deze wijze op de voorgevel van hun Godshuis, hun heilig huis laten prijken. En dat is dan ook precies wat we vandaag kunnen laten zien aan de inwoners van Rotterdam. In het kader van het gebedshuisfestival met de naam Heilige Huisjes kunnen Rotterdammers vandaag kennis maken met het religieuze erfgoed in hun stad. Zowel de kerk als de wetenschap kunnen als een heilig huisje worden betiteld. Onze boodschap als remonstranten vandaag is dat je ook heilige huisjes kritisch kunt bevragen en dat de heilige huisjes van geloof en wetenschap respectvol met elkaar in gesprek kunnen gaan. En ze zijn allebei nodig om volwaardig mens te kunnen zijn.
In dit huis willen we, als het gaat om ons geloof, de ogen niet sluiten voor de resultaten van het moderne historisch-kritisch bijbelonderzoek. En met Paulus zeggen we: Onderzoek alle dingen, ook als het gaat om het geloof. Een onderzoekende geest is hier zeer welkom. Maar, kijk niet alleen met je verstand, maar ook met je hart. Weet van verwondering, van dankbaarheid en van hoop. Zoals ergens geschreven staat:
Geloven is niet met je hand op je hart je verstand laten capituleren, het is wel met je hand op je hart je verstand goed gebruiken.
Het gaat er in het leven dus niet alleen om of iets feitelijk juist is of wetenschappelijk klopt. Margot Brouwer kwam er ook achter tijdens haar sterrenkundig onderzoek. Het gaat er ook om hoe we zinvol met elkaar kunnen samen leven en om de morele vraag naar wat ethisch goed is of verkeerd. Die ethische vraag moet je steeds opnieuw aan het geloof stellen, maar ook aan het wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkelingen. Moeten we alles willen wat technisch mogelijk is, mag alles wat kan?
Het zit ook verborgen in dat beroemde zinnetje van Paulus: immers, het ‘onderzoek alle dingen’ wordt gevolgd door: behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet. Daarmee verbindt ook Paulus het onderzoek met ethische vragen en misschien wel het moeilijkste: hij roept ons op om ons eigen leven zo in te richten dat we ons zoveel mogelijk met het goede verbinden en zo weinig mogelijk energie besteden aan wat verkeerd is. Over wat goed en verkeerd is kun je vervolgens nog weer eindeloos discussiëren, maar laat de boodschap van Jezus’ leven daarbij dan leidraad zijn, voorbeeld en oriëntatiekader.
Gemeente, de zinvolle en respectvolle verbinding van twee heilige huisjes, van Geloof en Onderzoek, dat is wat we naast veel meer, een dansvoorstelling bijvoorbeeld, vandaag aan de bezoekers van het Heilige Huisjes Festival laten zien. Gesymboliseerd in dat glasmozaiek van Gian Domenico Facchina, aangebracht bij de opening van onze kerk in 1897.
Want:
Geloven is niet overal een afdoend antwoord op weten, het is wel de goede vragen durven stellen en proberen om zelf een antwoord te zijn.
Geloven is niet met je hand op je hart je verstand laten capituleren, het is wel met je hand op je hart je verstand goed gebruiken.
Onderzoek dus alle dingen en behoud niet alleen wat feitelijk klopt maar behoud vooral ook wat goed en waardevol is voor Gods schepping, voor onze medemens en voor onszelf.
Amen
