Leven met verscheidenheid? Remonstranten en de strijd om Romeinen 9 dr. Koen Holtzapffel
Geschreven door Koen HoltzapffelLeven met verscheidenheid? Remonstranten en de strijd om Romeinen 9
Voorganger Koen Holtzapffel, Orgel Jos van der Kooy
Gemeente, Wellicht keek u naar de Netflix serie over het beroemde boek van John Steinbeck, East of Eden, gebaseerd op het bijbelverhaal van Kaïn en Abel. Het boek en de serie gaan over thema’s waarover ook de vroege remonstranten zich druk maakten. Hoe komt het kwaad in de wereld, hoe verloopt de strijd tussen goed en kwaad, wat heeft God met die strijd van doen en kun je als mens op een of andere wijze het goede in de wereld bevorderen met een eigen, een vrije wil, of is alles gedetermineerd? Is de bijbelse oproep om het kwaad te vermijden en het goede te doen toch vooral een vrome wens, een onmogelijk te vervullen opdracht of is het een reële uitnodiging aan ons mensen om het goede te zoeken en mee vorm te geven. Omdat wij dat kunnen en ons daartoe de vrijheid en bijbehorende verantwoordelijkheid geschonken is. John Steinbeck zal de remonstranten niet gekend hebben maar het boek en de serie doen me onmiddellijk aan die vroege remonstranten denken. Ze ontstonden immers uit de theologische strijd rond de predestinatieleer. Hoeveel kan een mens zelf bijdragen aan zijn heil, hoeveel vrijheid heeft ie, wat ligt vast? De strenge calvinist Gomarus dacht: een mens kan niets bijdragen. Alles is door God van eeuwigheid af bepaald. Tegenover hem stond de zoekende Arminius, wiens portret sinds vorige week weer te bewonderen valt in de kerkenraadskamer. Arminius probeerde naast Gods souvereiniteit iets te behouden van een menselijke vrije wil. Anders kon je wel op een stoel gaan zitten en stilletjes afwachten wat God voor jou beschikt had. Je kon er dan toch niets aan veranderen. Het was in en na die strijd tussen Arminius en Gomarus dat de gelezen passage uit Romeinen 9 belangrijk werd. Of ze het nu leuk vonden of niet de vroege remonstranten moesten zich intensief met Paulus’ brief bezighouden omdat hun tegenstanders Romeinen 9 opvoerden als de bewijsplaats voor hun strenge predestinatieleer. Ik ga u vanmorgen niet te veel vermoeien met alle exegetische details van Romeinen 9. Daar zijn boekenkasten over vol geschreven. Het is ook na te lezen in Joh Wtenbogaert en de Braziliaanse menseneters. Feit is dat Paulus zich in dat hoofdstuk van zijn brief aan de gemeente te Rome richt tot zijn joodse volksgenoten. Tot hen die niet geloven dat Jezus de langverwachte messias is. En die ook niet geloven dat je, zoals Pls beweer, in het vervolg alleen nog gered kunt worden als je Jezus als de messias ziet. De Israëlieten waren toch immers vanouds Gods uitverkoren volk? Dat verandert toch niet plots met de komst van Jezus? Hiertegenover stelt Paulus dat het volk dat eens uit vader Abraham is voortgekomen niet per definitie bestemd is tot eeuwig heil. God breekt zijn belofte nooit, maar op cruciale momenten doorbreekt hij wel de gebruikelijke gang van zaken. Zonder dat daar een moreel logische verklaring voor te geven valt. Esau, de eersteling van Rebekka, groot en stoer, een geboren leider, moet zijn plaats afstaan aan zijn broertje Jakob. En God kiest een mens daarbij niet uit op grond van zijn daden, maar omdat het God nu eenmaal belieft de een wel en de ander niet tot een bijzondere taak te roepen. Ook als er objectief geen enkel verschil bestaat. Er zijn in de bijbel wel meer voorbeelden te vinden van onverwachte goddelijke keuzes, denk alleen al aan genoemde Kaïn en Abel en hun respectieve offer. We moeten accepteren dat God in vrijheid verkiest wie Hij wil, zonder daarover verantwoording te hoeven afleggen aan ons. Aardewerk vraagt toch ook niet aan de pottenbakker waarom het zo en niet anders is gemaakt, de een tot een vaas, de ander tot een alledaagse pot?
Dat kort, te kort over de inhoud van Romeinen 9. Nogmaals, de vroege remonstranten zouden zich over dat hoofdstuk niet zo druk hebben gemaakt, ware het niet dat hun streng calvinistische tegenstanders Romeinen 9 zagen als de bewijsplaats voor hun predestinatieleer. Die opvatting werd door de vroege remonstranten te vuur en te zwaard bestreden, of het nu Arminius was, Wtenbogaert, Episcopius of Hugo de Groot. Ze vonden dat hun tegenstanders losse verzen uit die Romeinenbrief misbruikten voor eigen theologisch gewin. Met name Romeinen 9: 13, Jakob heb ik lief gehad, Esau heb ik gehaat. Je mag verzen niet uit de specifieke context losweken waarin Paulus ze ooit schreef. Hij zou vreemd hebben opgekeken dat zijn gelegenheidsverzen door latere theologen zouden worden opgehemeld tot in beton gegoten eeuwige waarheden… Echt, de apostel heeft in Romeinen 9 niet zijn visie op de predestinatieleer ontvouwen, een leer waarover theologen zich pas vele eeuwen later druk zouden gaan maken… Romeinen 9 gaat over de nieuwe verhouding tussen God en zijn uitverkoren volk en niet over het feit dat God van eeuwigheid af bepaald zou hebben wie naar de hemel gaat en wie naar de hel. Iedereen kan het hemelse heil deelachtig worden, of je nu jood bent of heiden. Dat God Jakob zou hebben lief gehad en Esau gehaat, het zegt nog niets over een eeuwige verwerping van Esau. En dat woord haten? Dat heeft in de bijbel een minder zware lading dan het later kreeg. Je kunt dat woord eigenlijk beter vertalen met minder liefhebben. Zoals Jakob Lea minder lief had dan Rachel, zo God Esau minder dan Jakob.
Aldus de vroege remonstranten. Zij waren trouwens niet de eersten die met hun tegenstanders streden over Romeinen 9. Dat was daarvoor ook al gebeurd tussen Erasmus en Luther. Daarbij werden eigenlijk dezelfde argumenten over en weer gebruikt. Ik ga ze niet herhalen, maar wat bij Erasmus vooral opvalt is het belang dat hij hecht aan de toon waarop discussies worden gevoerd. Je kunt het fundamenteel met elkaar oneens zijn en toch op een respectvolle manier met elkaar in gesprek blijven. Op een toon van verdraagzaamheid. Het blijkt duidelijk uit brieven die Erasmus schreef over zijn conflict met Luther. Enerzijds, als je de eenheid in kerk en maatschappij wilt bewaren, dan moet je accepteren dat medemensen over een aantal kwesties anders dachten dan jijzelf. Als je dat niet doet is heftige tweedracht en scheuring het onvermijdelijke gevolg. Anderzijds, de toon waarop je met elkaar discussieert is van groot belang.
In een van zijn brieven, bewaard in Bibliotheek Rotterdam, waarschuwt Erasmus expliciet voor Luthers te felle toon en werkwijze: ‘Met wat een haatgevoelens belast Luther zowel de schone letteren als de christelijke zaak!’, zo opent Erasmus een brief aan een van zijn humanistische contacten in 1521. Erasmus is zeer geïrriteerd door Luthers provocerende werkwijze: ‘Zes maanden geleden heb ik hem gemaand de haat niet aan te wakkeren’, verzucht hij tevergeefs. Erasmus pleit steeds voor gematigdheid en terughoudendheid, de toon van Luthers kritiek is hem veel te fel. Houd je tong goed in bedwang, adviseert Erasmus, wees voorzichtig met woorden en toon zelfbeheersing, juist ook in het debat. Probeer altijd in gesprek te blijven met je tegenstanders, een onverdraagzame houding verergert problemen vaak in plaats van ze op te lossen. Spreek verschillen uit, maar doe dat in een respectvolle dialoog waarbij je met elkaar discussieert op basis van argumenten en niet op basis van onderbuikgevoelens. Helaas moest Erasmus tot zijn eigen verdriet constateren dat hij een roepende in de woestijn was. Bloedige godsdienstoorlogen zouden volgen.
Toch hebben Erasmus’ adviezen vandaag de dag niets aan relevantie verloren, integendeel. Het is aan remonstranten met hun erasmiaanse geest om hier en nu te laten zien dat je heel goed met elkaar van opvatting kunt verschillen en toch respectvol een dialoog kunt voeren. Op een gematigde en verdraagzame toon. En dat het mogelijk is samen te leven met en in een verscheidenheid aan opvattingen en levenswijzen. Zonder dat je de ander probeert te overtuigen van je eigen gelijk, laat staan te dwingen om jouw opvattingen en levenswijze als de enig ware en juiste te zien.
Ik geloof dat de vroege remonstranten meer dan hun tegenstanders bereid waren tot een respectvolle dialoog op gematigde en verdraagzame toon. En dat zij bereid waren tot een leven in en met verscheidenheid. En ja, ik geloof dat dat, met vallen en opstaan, een wezenskenmerk van de remonstranten is gebleven tot op de dag van vandaag. En dat brengt me nogmaals bij de actualiteit van vandaag en bij het moreel beraad straks. Hoeveel verscheidenheid in opvattingen kunnen wij vanuit onze evangelische waarden en onze beginselen van vrijheid en verdraagzaamheid accepteren? Hoe open gaan we het gesprek in met mensen met wier opvattingen we het fundamenteel oneens zijn, waar ligt voor ons een grens? De strijd over de predestinatieleer blijft daarbij een belangrijke casus uit het verleden, in het heden kun je denken aan Israel en Gaza, het milieu, AZC’s en links of rechtsradicaal gedachtegoed.
Een ding is zeker aldus Natascha van Weezel, die over 1,5 week de Lof der Zotheid speld zal krijgen: ‘Het voeren van een dialoog is keihard werken. Je moet je iedere keer opnieuw openstellen, moeilijke gesprekken aangaan, en niet alleen naar de vooroordelen van iemand anders kijken, maar zeker ook naar die van jezelf.’
En nu ik toch aan het citeren ben: laat ik eindigen met het pleidooi van de te jong overleden Britse opperrabijn Jonathan Sacks om ook in gepolariseerde tijden de ander niet als vijand neer te zetten maar te blijven zoeken naar verbinding, ja de moed te hebben om verscheidenheid te omarmen: ik citeer:
De toets die mijn geloof moet doorstaan aldus Sacks is gelegen in de vraag of ik ruimte kan maken voor verscheidenheid. Kan ik Gods beeltenis herkennen in iemand die niet naar mijn beeld is, wiens taal, geloof en idealen anders zijn dan de mijne? Als ik dat niet kan aldus Sacks, dan heb ik God naar mijn beeld gemaakt in plaats van hem toe te staan om mij naar het zijne te herscheppen. Kunnen joden, moslims, hindoes, sikhs, confucianisten, orthodoxen, katholieken en protestanten ruimte voor elkaar maken op talloze plaatsen op de wereld waar verschillende etnische en religieuze groeperingen dicht bij elkaar leven? Kunnen we een verandering in ons denkpatroon bewerkstelligen waardoor we zien dat verscheidenheid ons niet iets afneemt, maar iets aan ons toevoegt – zoals we verrijkt worden en niet verarmd, door het feit dat er momenteel zesduizend talen bestaan, elk met zijn unieke gevoeligheden, kunstvormen en literaire expresssies? (p.275/58 van Leven met Verschil. Menswaardige verscheidenheid in een tijd van botsende culturen).
Menswaardige verscheidenheid in een tijd van botsende culturen. Verbinding in plaats van polarisatie, respectvolle dialoog in plaats van uitsluiting. Is dit een vervlogen ideaal uit verleden tijden? Voor remonstranten hopelijk niet. Wij zijn het aan onze geschiedenis verplicht, die begon met de strijd om Romeinen 9. Wij zijn het aan onze humane christelijke waarden en beginselen verplicht. Om te blijven staan voor verbinding en respectvolle dialoog. Je kunt tegelijk staan voor je beginselen en toch met andere een open gesprek aangaan. Voor wie wil, praten we er straks over verder tijdens ons moreel beraad. Amen
