17 september 2026

Job 28 na 25 jaar dr. Koen Holtzapffel

Geschreven door Koen Holtzapffel

Overdenking Job 28 na 25 jaar:

Voorganger: Koen Holtzapffel

Beste gemeenteleden en anderen aanwezigen,

‘Een nieuwe predikant staat voor u. Ik hoop dat wij temidden van alle menselijke streven en sneven, temidden van drukke arbeid, het slaan van de hand aan het gesteente, het omwoelen van de fundamenten van de bergen, dat wij temidden daarvan tijd blijven nemen voor de zoektocht naar wijsheid zoals bezongen i n Job 28.    Ik hoop dat we samen de tijd nemen om te luisteren naar de vragen die ons gesteld worden. Adam waar ben je, Kaïn waar is je broeder Abel? Dat we de tijd nemen om open te staan voor wat ons door de eeuwen heen aan wijsheid is toevertrouwd. Zonder dat wij het al, waarin wij leven, ooit geheel zullen doorgronden, laat staan beheersen. Gelukkig maar.     Ik hoop dat deze kerk in hartje Rdam, in het besef dat niemand de wijsheid volledig in pacht heeft, steeds opnieuw vindplaats van wijsheid kan worden, bron van inspiratie en bezinning op levensvragen. Voor binnen en buitenstaanders, voor zoekers en voor wie met hart en hoofd al iets gevonden meent te hebben. ’

Gemeente, zo beeindigde een net 40 jaar geworden predikant met enige ervaring elders, op zondag 14 oktober 2001 zijn intredepreek. Over Job 28. Na bevestigd te zijn door ds Mijnke Bosman met als directe collega’s Cossee en Barnard (al 25 jaar !!)en in de eerste plaats ds Welmet Hudig. Nee, ik ga vandaag niet terugblikken op die 25 jaar, hoeveel goeds daarover ook te zeggen valt. Als je 25 jaar met elkaar optrekt, lief en leed met elkaar deelt, zorgen over de toekomst deelt maar ook nieuwe kansen ziet, dan is daar veel over te vertellen. Ik bewaar het voor een andere keer. Maar ik vind het mooi om vandaag opnieuw kort stil te staan bij Job 28, het hoofdstuk waarmee ik in uw midden begon. Wat spreekt me er ook na 25 jaar nog steeds in aan?

Natuurlijk is er de tekst zelf.  Die mag je verrassend noemen in het midden van het boek Job. Een boek dat toch vooral handelt over het onbegrijpelijke leed dat Job treft en hoe hij daarmee om moet gaan. En dan is er plots die lofzang op de wijsheid. Wat je ervan gelooft is vers twee, maar iedereen zal kunnen genieten van deze beeldende bijbelse vertelkunst, van deze bijbelse poezie van de bovenste plank.  In korte beeldende poëtische zinnen wordt een wereld opgeroepen die wij nog steeds herkennen. Zeker ook in Rotterdam. Een wereld van noeste arbeid, van onvermoeibaar boren, exploreren… Waarbij milieuvragen natuurlijk nog niet aan de orde waren. De paradijstuin was nog niet van asfalt voorzien, inclusief een parkeerplaats voor heel veel auto’s.

Temidden van alle over elkaar heen buitelende beelden is het wellicht even zoeken naar de vragen, maar ze worden in alle scherpte gesteld.  

De mens als onderzoeker, als ontdekker, als wezen dat zijn kennis altijd weer wil vermeerderen, die staat in het eerste deel van de tekst centraal. Vanaf zijn eerste schreden op aarde gefascineerd door de wereld om hem heen, steeds trachtend de wereld en haar mysteries te ontsluieren. Rusteloos zoekend om hem heen en in zichzelf. Als een Odysseus bevaart hij onbekende zeeën en ontdekt verre continenten, de kern van de materie, het onbereikbaar geachte uitspansel en de duistere streken van het menselijke onderbewuste. Maar wacht eens even, wijsheid, liefde waar vind je die, weet iemand waar zij woont?

Job 28 is ook de mens als harde werker, werkstad Rotterdam, geen woorden maar daden. Goud wassen, ijzer uit de bodem halen, erts omsmelten tot koper, gangen uithakken, altijd op zoek naar delfbare grondstoffen, olie, lithium voor onze mobieltjes. Wie grondstoffen bezit heeft macht, evenzogoed als wie de handelsroutes beheerst. We werken steeds harder, voor wie het kan volhouden tenminste, we verzamelen steeds meer, worden overspoeld door informatie, maar rust en stilte, momenten van bezinning , waar vind je die, weet iemand waar zij wonen?

De mens als strijder, altijd weer oorlog voerend alle eeuwen door. In Job 28 niet expliciet genoemd, maar je zou die mens er zo aan kunnen toevoegen. Machtsaanspraken, nationale trots, spierballentaal, tot vreselijke dingen in staat, verbittering, haat , geweld, vluchtelingen stromen. Maar vrede, in jezelf en in de wereld om je heen, waar vind je die, weet iemand waar zij woont?

Zo schetst Job 28 een beeld van de mens met mooie maar ook minder mooie trekken. En kunnen de vragen moeiteloos geactualiseerd worden. Het zijn immers universele vragen. En juist remonstranten willen die indringende vragen centraal stellen, ook in hun geloof. En niet te snel met pasklare antwoorden komen als hapklare brokken. Pas wie die vragen werkelijk tot zich door laat dringen zal mogelijk ook antwoorden op het spoor komen, inzicht ontvangen. Ook in Job 28 gebeurt dat pas in het laatste vers.

Ontzag voor God, dat is wijsheid, het kwaad mijden, dat is inzicht.

Ontzag voor God dat is nog iets anders dan bang zijn voor het boze oog dat alles in de gaten houdt en ons permanent oordeelt. Het is eerbied hebben voor, in acht nemen waar de Godsnaam voor staat.

Voor het geheimenis van het leven, dat wat we niet op eigen kracht bereiken maar ons om niet geschonken wordt. De stilte, de zachte krachten, de verbondenheid met al wat leeft, het goede, ten diepste de alomvattende liefde. En het kwaad mijden, dat is in de bijbel vaak heel praktisch bedoeld: orde scheppen in de chaos, rekening houden met je medemens, gastvrij zijn, leven volgens ethische regels die ons samenleven mogelijk maken. Jezus zegt het eeuwen na Job in zijn eigen bewoordingen precies zo: God beminnen met heel je hart en verstand en je naast als jezelf.

Natuurlijk mogen die zinnen ook eigentijds vertaald worden. Wijsheid is dat je naast alles wat belangrijk is in het dagelijks leven de goddelijke, de geestelijke, de spirituele dimensie niet vergeet. Die zal je verrijken en nieuwe inzichten geven. Het is een leven waarin je je bewust bent van keuzes die je in verantwoordelijkheid moet maken, waarin de diepere levensvragen niet permanent buitenspel komen te staan en waarin je je altijd bewust bent van het feit dat jij als individu staat in een traditie, deel bent van een groter geheel. Ik ben omdat wij zijn. De zoektocht naar wijsheid delen we gelukkig met velen, denk aan Rumi’s wijsheid en liefde.   

Daar komt nog iets persoonlijks bij. Job 28 verbindt mij met mijn familie geschiedenis, iets dat ik 25 jr geleden nog niet wist. Want toen ik het familieboek van mijn vader erfde, door een voorvader in de achttiende eeuw aangevangen, toen zag ik tot mijn verrassing op de voorkant van het familieboek precies de slotwoorden uit Job 28.  Maar tot den mensche heeft hy geseyt: siet de vreese des heeren is wysheyt: ende van het quade te wycken is het verstant.

Het was dus kennelijk geen toeval dat ik die tekst koos bij aanvang in Rotterdam. De tekst was gekozen door een van de Lutherse predikanten waar ik een nazaat van ben. Graag had ik hem naar zijn motivatie gevraagd. Overigens was de laatste Lutherse predikant Holtzapffel mijn betovergrootvader Christoffel Jan, van 1841-1870 predikant in Woerden. Inderdaad, ook hij haalde zijn 25 jarig jubileum ruimschoots. Na Christoffel Jan bleef het trouwens ruim een eeuw stil. Toen kwam Koenraad Jan, en zie, het werd een remonstrant.  

Even los van die familieband, de slotzinnen van Job 28 vormen niet alleen een geloofskern maar ook een kern van de geloofsgemeenschap. God eren door je medemens te dienen, onderscheid maken tussen licht en donker, goed en kwaad en een gemeenschap vormen in goede en kwade tijden. En dat in een wereld die altijd in verandering is, ten goede en helaas ook ten kwade. Ik was me daar 25 jaar geleden helaas zeer van bewust. Want we lazen Job 28 toen een paar weken na de beruchte aanslagen van 9/11 in New York. Deze dagen overal herdacht.

Een diep ingrijpende gebeurtenis die de wereld op haar grondvesten deed schudden en die denk ik mede de moeizame gang in de wereld sedertdien mee heeft bepaald. Dat de hele wereld de liberale westerse ordening wel zou gaan aanhangen in een énd of history’, dat bleek een illusie die wreed werd verstoord. Maar juist tegen zo’n verschrikkelijke achtergrond krijgen oeroude teksten een extra lading. Juist in die wereld is de vraag naar wijsheid, nuance, gematigdheid en idealen o zo belangrijk. Bijbelteksten zijn dan als vuurbakens in de donkere nacht die we moeten blijven lezen en overdenken om de hoop levend te houden dat vrede, gerechtigheid en duurzaamheid mogelijk zijn. Niet alleen in de hemel maar ook op aarde. En altijd opnieuw zijn er initiatieven die iets daarvan hier en nu realiseren. Als geloofsgemeenschap proberen we die initiatieven met woord en daad te ondersteunen.  

Tot slot: Een aantal van u was er 25 jr geleden ook bij, een aantal dierbare gemeenteleden van de afgelopen jaren is niet meer onder ons, en er zijn gelukkig ook weer veel nwe gezichten bij gekomen.

Heel belangrijk: 25 jr geleden zaten we nog in de staart van het in de zestiger jaren begonnen langdurige afscheid van geloof, kerk, instituties en grote verhalen. Die tijd is denk ik definitief voorbij. Denk alleen al aan de enorme aandacht voor de film The Odyssey, over grote verhalen gesproken. Nu is een tijd aangebroken, juist ook bij jongere generaties, van opnieuw zoeken naar betekenis in het leven. Naar gemeenschap na alle individualisering. Daarbij wordt ook nieuwsgierig gekeken naar wat die aloude chr traditie aan wijsheid bevat die we hier en nu goed kunnen gebruiken.

Ik ben ervan overtuigd dat remonstr in die moderne zoektocht nog steeds en opnieuw belangrijk kunnen zijn. Ook op deze plek in Rotterdam, samen  met Debatpodium Arminius. Hier hopen mensen iets te vinden aan inspiratie, antwoord op levensvragen, stilte, troost, gemeenschap, een luisterend oor en vooruit, ook een goddelijk voorbeeld om na te volgen.

Wij kunnen hen iets aanreiken. In een traditie van openheid, tolerantie, vrijheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid. Allemaal humanistisch christelijke waarden die in deze wereld worden bedreigd en een stevige steun in de rug van remonstrantse zijde goed kunnen gebruiken. Ook ik blijf me daar de komende jaren van harte voor inzetten. Laat het door generaties Holtzapffels gekoesterde vers uit Job 28 daarbij ook voor mij het levensmotto zijn:

Ontzag voor God, dat is wijsheid, het kwaad mijden, dat is inzicht.

Gelukkig mag je dat bij de remonstranten naar eigen wijs toepassen en verstaan.

Amen

Gerelateerd