Omgaan met tegenstellingen door mr. André Meiresonne MA
Overdenking Omgaan met tegenstellingen
Tweeduizend jaar geleden leefden de Joden onder het juk van de Romeinen. Er waren Joodse opstanden, en die leidden nergens toe. Ja, tot genadeloze onderdrukking door de Romeinse machthebbers. Uiteindelijk leidde dat zelfs tot de verwoesting van de tempel in Jeruzalem, en de verspreiding van het Joodse volk over de wereld – de gevolgen daarvan merken we tot op de dag van vandaag.
Maar ondertussen was daar een rondtrekkende leraar, Jezus van Nazareth. Hij was wel klaar was met alle tegenstellingen, en alle bijbehorende vijandigheid. Geweld was aan hem niet besteed. Hij geloofde niet in opstand en verzet. En hij kwam met een briljante omdraaiing. De kern van zijn wonderlijke boodschap is samengebald in wat is gaan heten de Bergrede. En daar horen we:
Matteüs 5
43Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44Dit zeg Ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen; 45alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? 47En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
NB – Even een eigenwijze opmerking: Jezus zegt: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten’”.Het gebod ‘Gij zult uw vijand haten’ staat helemaal nergens in de Bijbel. Waarschijnlijk is het hier bedoeld als een retorische tegenstelling: liefhebben wordt gesteld tegenover haten.
Het punt dat Jezus wil maken is die omkering. Niet haten maar liefhebben. Zelfs (of juist!) je vijand. Maar je vijand liefhebben? Ben je helemaal lekker? Dat staat haaks op al onze reflexen. Het gaat in tegen onze intuïties, en onze instincten. Ons ‘reptielenbrein’ zegt: slopen, uitroeien. (Inderdaad, wat nu in Gaza gebeurt…)
Wat moet je met die paradox? Je vijand liefhebben? We gaan er met een omweg naartoe. Zoals u misschien weet is het land Kanaän door het volk Israël op nogal gewelddadige veroverd. Hoe de Joodse stammen huishielden onder al hun vijanden staat beschreven in het boek Jozua. Moord en doodslag. En ze waren er nog trots op ook. Ze vertelden dat het Gods wil was. De HEER hen had bijgestaan. Niet veel later vertelden ze hun kinderen dat ze het land zonder slag of stoot hadden verkregen.
Toen ze vervolgens zelf onder de voet werden gelopen en veroverd (honderden jaren lang, door Assyriërs, Babyloniërs, Romeinen, alle grootmachten vochten om het land van Israël) hadden de Joden veel te klagen over de wreedheid van hun onderdrukkers en het leed dat hen werd aangedaan (lees de Klaagliederen er maar op na). Zo ging dat in die tijd: je schreeuwde moord en brand als je werd verslagen en veroverd, maar je was maar al te trots wanneer jij zelf de overwinnaar was.
De Joden gaven zelfs een bijzonder vindingrijke draai aan alle tegenslag: het verlies van hun land was een straf van God. Want die ene God, de God van het uitverkoren volk, was zo machtig dat Hij zelfs Israëls vijanden gebruikte om zijn eigen volk te straffen. De God van Israël dirigeerde dus de vijandige koningen. Als dat geen bewijs was van Gods almacht! Zo hoef je jouw geloof in jouw god niet te betwijfelen. Zelfs bij overduidelijke tegenslag staat hij toch aan jouw kant. Je verzint het niet…
Het is een prachtig, bijbels, voorbeeld van hoe we de boel kunnen omdraaien om cognitieve dissonantie* op te heffen. Je krijgt in je hoofd iets niet bij elkaar – en je verzint een omkering waardoor er ineens niets meer aan de hand is, en jij bevestigd wordt in wat je graag wilt geloven. Hier: ook al het lijkt echt anders, God staat hoe dan ook aan mijn kant. Je kunt weer verder. Het wordt weer rustig in je hoofd.
Door naar ‘je vijand liefhebben’. Jezus gebruikt ook een omdraaiing. De vijand bestrijden werkt niet. Haat leidt tot nog meer tegenstelling en geweld. Ook Jezus keert de boel om: hou op met haten, begin met liefhebben. Maar doet hij nou niet precies hetzelfde als die Joden voor hem? Goochelen? Een Hans Klok-je? Mindf•ck? Ja. En nee. Jezus gelooft niet in strijd. Gelooft niet in haat. Gelooft niet in geweld.
Het is meer dan een omdraaiing. Jezus gelooft echt in liefde. Klinkt goed! Maar wat moet je ermee? Wanneer nu haat en geweld een ongekende omvang aannemen? Een omvang die we al jaren niet meer hebben meegemaakt? Wanneer er wrok en woede aan de oppervlakte komen die we lang niet gezien hebben – en misschien ook wel niet kunnen plaatsen? Nu knokploegen. Wat dan? Hooligans knuffelen?
Het paradoxale ‘Heb uw vijand lief’ bouwt verder op de Joodse wijsheid om een ander te behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Zoals Jezus zijn tijdgenoot Rabbi Hillel zegt: “Wat jij verafschuwt, doe dat ook je naaste niet. Dat is de hele Thora, de rest is commentaar.” Wat in werkelijk alle wereldreligies wordt verkondigd, een universeel menselijk inzicht: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt…’
Maar… Je naaste (ook je vijand, beter: juist je vijand) niet aandoen wat je zelf niet wilt meemaken… Dat vergt bewustzijn. Daarvoor moet nadenken. Je verstand gebruiken. Wat niet altijd makkelijk is. Zeker niet wanneer je je bedreigd voelt. Bang wordt. Want dan kan zomaar gebeuren wat de profeet Yoda ons geleerd heeft:
‘Fear is the Path to the Dark Side. Fear leads to Anger, Anger leads to Hate, Hate leads to… Suffering.’* (Yoda, in: Star Wars, Episode I, The Phantom Menace, 1999)
‘Angst leidt tot woede. Woede leidt tot haat. Haat leidt tot lijden.’ En dat lijden is tweezijdig: van degene die haat, èn van degene die gehaat wordt. Want die haat betreft altijd iemand anders. Soms (misschien wel altijd?!) loopt dat via zelfhaat. Maar zelfhaat is niet te verdragen – en zo wordt de zelfhaat alsnog omgezet in haat naar een ander. Een ander heeft het gedaan. De ander is de oorzaak van mijn ongeluk. En zo hoef ik niet in de spiegel te kijken – en mezelf onder ogen te komen.
Laatst werden mensen veroordeeld voor het online bedreigen van anderen. Iemand zei: “Als ik me kloten voel is het lekker om een ander zich ook kloten te laten voelen.” Dat is een wonderlijke vorm van ‘gedeelde smart is halve smart’. Terwijl je weet, of zou kunnen weten, dat het niet werkt. Je gaat je van pesten niet lekkerder voelen. Een pestkop wordt nooit blij van pesten. Hoogstens wordt ie nog banger om op een dag zelf terug gepest te worden. (Zoals dat ROLO-jongetje, met die olifant.)
Ruwe stormen mogen woeden
Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in ’t eeuwig licht.
Maar wat lot,’t zij dood of leven,
smaad of eerbetoon, mij wacht,
Jezus zal mij nooit begeven:
ben ik zwak, bij Hem is kracht.
Gunst van mensen, raad van vrinden,
bitt’re haat van kwaadgezinden,
hoogte, diepte, vreugd of rouw,
niets ontrooft mij aan Gods trouw.
‘Angst leidt tot woede. Woede leidt tot haat. Haat leidt tot lijden.’ Het begint dus met angst. ‘De mensen zijn bang’, zegt mijn neef, de tuinder uit het Westland. Bang voor verlies van verworvenheden, zekerheden. Van tradities, en van veiligheid. Kunnen we daar iets aan doen? Aan de angst van de mensen? Ik zou het niet weten. De mensen zijn ook boos. Kunnen we daar iets aan doen? Ik zou het niet weten. De mensen zitten zelfs vol haat. Kunnen we daar iets aan doen? Ik zou het niet weten.
Of misschien toch wel… Er niet aan meedoen. Niet meedoen. Niet meedoen aan het haten. Ook al heb je daar alle reden toe. Omdat je bedreigd wordt, jou angst aangejaagd wordt. Etty Hillesum schrijft midden in de oorlog, terwijl deportatie dreigt: ‘Ieder beetje haat dat men aan het veel te vele haten toevoegt, maakt deze wereld onherbergzamer en onbewoonbaarder.’ (Etty Hillesum, Dagboek 4 juli 1942) Dezelfde tekst werd gepost door een jonge Israëlische filmregisseur, kort na de moordpartijen van 7 oktober 2023. Ga niet haten – het maakt alles nog veel erger.
Maar wat helpt tegen haat? Zelfinzicht. De moed om in jezelf te kijken. En te erkennen wat je daar aantreft. In haar oorlogsdagboek schrijft Etty Hillesum ook:
– Wat is dat toch in de mensen om anderen kapot te willen maken? vroeg Jan verbitterd.
Ik zeg: De mensen, ja de mensen, maar bedenk, dat je daar zelf ook onder valt. En dat wilde hij onverwachts zo maar toegeven, de bokkige, norse Jan. En die rottigheid van de anderen zit in ons ook, preekte ik door. En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum in te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan, dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in ons zelf moeten verbeteren. En dat lijkt me de enige les van deze oorlog, dat we geleerd hebben, dat we dat we het alléén in onszelf moeten zoeken en nergens anders. (Etty Hillesum, Dagboek 19 februari 1942)
En nu? Wat nou wanneer je diep ongelukkig bent? Wanneer je je leven als uitzichtloos ervaart? Bang bent, boos bent? Zin hebt om je te wreken? Zin hebt een ander zich even kloten te laten voelen als jij? Dan zou je deze tekst kunnen lezen:
‘In het lijden en ongeluk zelf glanst de barmhartigheid van God. In het diepste, in het centrum van de ontroostbare smart. Als men met volhardende liefde tot in de diepte valt waar de ziel niet kan nalaten te roepen: “Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”, als men op dat punt blijft zonder de liefde te verzaken, komt men ten slotte in aanraking met iets dat geen ongeluk meer is, ook geen vreugde, doch de zuivere, niet waarneembare wezensgrond waaraan vreugde en lijden deelhebben – en deze wezensgrond is de liefde van God zelf.’
(Simone Weil, in: Lieke Marsman, Op een andere planeet kunnen ze me redden)
‘Als je op dat punt blijft zonder de liefde te verzaken’. Dat vergt wat. Maar wat? Moed. De moed om het uit te houden in de diepste duisternis. Wanneer je het echt niet meer weet. En dat ook te erkennen: Ik weet het niet meer. Ik geef het op. Ik geef me over. Je over te geven aan… Ja wat? Aan iets groters dan je ooit zult kunnen bevatten. Te vallen in een ondenkbare diepte – en terecht te komen op de bodem. Het blijkt je eigen bodem – de bodem van het leven zelf. En daar vind je… God.
Je belandt op een plek waar het goed is, en waar je nooit alleen bent. Waar je je verbonden weet met alles en iedereen. Waar geen haat is, maar hoop. Waar geen geweld is, maar gesprek. Waar je de moed vindt om uit te reiken. Omdat je niet meer bang bent. Omdat je begrijpt dat we allemaal mensen zijn. Mensen die allemaal, stuk voor stuk –ook, nee juist uw ‘vijanden’!– net als u, niets liever zouden willen dan het goede doen, en een beetje gelukkig zijn. Ook Benjamin Netanyahu…
In íedere andere man of andere vrouw een mens zien… dát is ‘je vijand liefhebben’.
Dus weet, wanneer u de komende weken mensen –en in het bijzonder politici– hooghartig ziet glimlachen, neerbuigend ziet doen, verbeten met een vingertje ziet wijzen, anderen ziet uitlachen, keihard ziet liegen, laf ziet weglachen of wegkijken…
Weet dan: dit zijn bange mensen; beschadigde mensen; doodongelukkige mensen…
Ze vragen om uw stem – wat ze vooral nodig hebben is liefde. Geef ze een knuffel…
Ze maken mensen bang, omdat ze zelf doodsbang zijn. Probeer ze gerust te stellen. Wees niet bang. Heb mededogen. Reik uit. Blijf in gesprek. Houd het midden. Amen
André Meiresonne, voor Remonstranten Rotterdam, zondag 19 oktober 2025
