Jesu, meine Freude
Geschreven door Koen HoltzapffelOverdenking 21 september 2025 bij uitvoering Motet Bach
Voorganger Koen Holtzapffel
Gelezen werd Romeinen 12: 9-21
Gemeenteleden, Gasten, Bachliefhebbers,
U zult zich niet dagelijks bezighouden met de apostel Paulus en zijn brief aan de Romeinen. Ik trouwens ook niet, maar tijdens mijn studieverlof de afgelopen maanden was dat wel het geval. Ik stond op en ging naar bed met Paulus en zijn Romeinenbrief. Dat had te maken met het feit dat die brief een grote rol heeft gespeeld in het zeventiende-eeuwse conflict tussen Arminius en Gomarus. Tussen de remonstranten en de contraremonstranten, of zoals ze ook wel werden genoemd de bavianen en de slijkgeuzen. Ik kan dus zonder veel moeite een kerkdienst vullen met Paulus en zijn Romeinenbrief, maar wees niet bevreesd, dat bewaar ik voor een andere keer. Toch is de brief aan de vroegchristelijke gemeente van Rome vandaag nadrukkelijk aanwezig. Dat heeft natuurlijk alles met Bach te maken en met zijn motet dat aanstonds ten gehore wordt gebracht. Veel Bachliefhebbers, meer of minder of helemaal niet gelovig, genieten zeer van zijn muziek, het brengt ze zelfs in hoger sferen, maar dat lutherse geloof van Bach en die zware, piëtistische teksten die hij gebruikte, dat geloven ze dan verder wel. Ik heb daar alle begrip voor. Als vrijzinnig voorganger voel ik me ook niet altijd thuis bij de teksten die Bach voor zijn motetten en cantates gebruikte. Vaak trouwens bijbelteksten, maar Bach putte ook wel uit andere spirituele bronnen. En toch is het interessant om te bezien op welke manier Bach die teksten dan omzette in prachtige muzieknoten. Daar zijn boeken over vol geschreven, en dan blijkt dat ook in die teksten heel wat pareltjes te vinden zijn. Onbekend maakt meestal onbemind, maar hopelijk ook nieuwsgierig, bijvoorbeeld naar Paulus en zijn brieven. We lazen vandaag uit het twaalfde hoofdstuk van de Romeinenbrief, met prachtige zinnen als: pas je niet teveel aan de wereld aan, verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan, probeer zelfs voor je vijand het goede te doen. Het negende hoofdstuk stond centraal in het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten en Bachs motet is gebaseerd op verzen uit Romeinen 8. En ook op een destijds populair protestants kerklied, Jesu meine Freude. Bach heeft dit lied, deze koraal uit de lutherse zangbundel in meerdere van zijn cantates en orgelbewerkingen benut en dus ook in het gelijknamige motet. Ja, ook de grote Bach haalde niet alles uit zichzelf. In het motet wisselen het koraal in de even nummers en Romeinen 8 in de oneven nummers elkaar af. Als een eerbiedig heen en weer tussen de officiële dogmatische kerkelijke leer en de manier waarop de gelovige daarmee in het persoonlijke leven omgaat. De kernzin van het hele werk is de tekst in het zesde couplet: Ihr aber seid nicht fleischlich, sondern geistlich.
Dat precies is een van de centrale thema’s in Paulus’ brieven. Vaak stelt hij daarin het vlees, de zonde, de dood tegenover de geest, het leven en de gerechtigheid.
In één zin samengevat: je moet niet naar het vlees leven, maar naar de geest. Want de geest, Gods geest zoals in Jezus geopenbaard, maakt levend. Die geest voorkomt dat we er maar op los leven, ons te veel aanpassen en ons alleen nog maar richten op ons eigenbelang, carriere maken en aardse goederen vergaren. De geest tilt ons, in navolging van Jezus, als het ware boven zulke instincten en driften uit en bepaalt ons bij waar het in het leven echt om zou moeten gaan: verbinding van je zelf met anderen, verbinding van het vergankelijke met het onvergankelijke, van het horizontale met het verticale, én, zeker bij Bach, verbinding van leven en dood. De Paulusteksten hielpen bij een diepzinnige muzikale overdenking van de vragen rond leven en dood, en helaas: de dood was toen en helaas ook nu nooit heel ver weg voor veel mensen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Bach zijn motet waarschijnlijk in zijn eerste Leipziger jaren heeft gecomponeerd voor een begrafenis. Een rouwdienst voor de echtgenote van de postdirecteur van Leipzig, Frau Kees. Het is maar dat u het weet, al is het niet zeker.
Wel zeker is dat Bach veel meer cantates dan motetten heeft gecomponeerd.
Het woord motet stamt van het franse mot, woord, en een motet is een echt koorwerk met heel beperkte instrumentale begeleiding. Een cantate is een uitgebreider muziekstuk, met solisten, meer muzikale begeleiding en vormvariatie. In Bachs eigen tijd werd het motet als muzikale vorm wat ouderwets gevonden, de nieuwere vorm van de cantate was je van het. Grappig is dan weer dat na Bachs dood juist zijn motetten uitgevoerd bleven worden en zijn cantates een tijd vergetelheid raakten. Hoe dat verder zij, een motet van Bach kan ons net zo raken, ontroeren zelfs als zijn cantates.
Tot slot nog een persoonlijke noot: vroeger klonken in deze kerk regelmatig Bachcantates. Na de coronatijd kwam het er niet meer van. Ik heb dat altijd als een gemis ervaren. Juist omdat veel van Bachs muziek religieus is en eigenlijk bestemd voor de kerkzaal en niet voor het concertpodium. Ik ben dan ook met u zeer verheugd dat het Rotterdams Barok Ensemble olv van Benjamin Bakker bereid bleek om hier op zondagochtend in alle vroegte een motet van Bach te vertolken, met medewerking van Adriana Mendez Fernandez en Jos van der Kooy.
Luisteren we naar Bachs motet BWV 227 , Jesu, meine Freude
