4 juli 2023

Een blik vanaf de kansel

Geschreven door Tjaard Barnard

Hoe slecht gaat het met onze kerk?

Het lijdt geen twijfel. De kerk wordt steeds kleiner. Dat geldt voor bijna alle gevestigde kerken in West-Europa en het geldt ook voor onze Remonstrantse Broederschap en haar gemeente in Rotterdam. Het tij zit ons niet mee. In de tijd dat ik predikant in Rotterdam ben, vanaf 1999, is de gemeente ongeveer gehalveerd. Van ongeveer 1000 leden en vrienden terug naar 500. Je zou er heel somber van kunnen worden. In de preek op 2 juli heb ik er wat over gezegd om mijzelf, maar ook de kerkgangers te bemoedigen.

Maar tijdens diezelfde dienst viel mij ook iets bijzonders op. Ik heb de gewoonte om tijdens de dienst – meestal tijdens een van de liederen, nu weet u waarom ik zoveel coupletten laat zingen – de hele kerk te overzien. Ik tel hoeveel mensen er zijn en ik kijk ook wie er zijn. Afgelopen zondag waren er 75 kerkgangers. En het viel me op dat er 5 mensen waren die ik nog niet kende. Dat is de laatste tijd wel vaker zo. Op de een of andere manier doen we dus iets wat mensen nieuwsgierig maakt.

Verder heb ik – bij het volgende lied – eens gekeken hoeveel mensen er in de kerk zaten, die ook al in 1999 tot de gemeente behoorden. En eerlijk gezegd, dat was een kleiner aantal dan ik verwacht had. Ongeveer 20 kerkgangers kwamen toen ook al. Maar dat leidt dus tot de conclusie dat er tussen 1999 en nu zo’n 50 mensen de weg naar onze geloofsgemeenschap hebben gevonden en nu tot de min of meer regelmatige kerkgangers behoren. Het is niet een aantal dat het grote aantal sterfgevallen compenseert. Maar het is toch een opvallend groot aantal.

Onze geloofsgemeenschap voorziet dus in een behoefte van mensen. Zoekende mensen, meestal voormalige kerkgangers in wat orthodoxere kerken, vinden bij ons een thuis. Onze gemeente met haar nadruk op vrijheid en verdraagzaamheid en haar manier van geloven, waarbij twijfel en onzekerheid een rol mogen hebben, blijkt de moeite waard te zijn. 

Dat is ook wat ik van nieuwkomers hoor. Zij waarderen de ruimte voor de eigen invulling van het geloof, gecombineerd met kerkdiensten die te denken geven en ruimte laten voor eigen overpeinzing. Daarbij wordt ook vaak genoemd, dat we een warme geloofsgemeenschap zijn, waarin naar elkaar omgekeken wordt.

Natuurlijk, er zijn ook altijd dingen die minder goed gaan. We hoeven onszelf niet op de borst te slaan. Maar het is goed om naast alle somberheid over het kleiner (en ouder) worden van het ledenbestand, dit toch ook te zien.

Laten we ons daarom niet laten ontmoedigen door de getallen. Laten we ons er ook niet gek door laten maken, zodat we zouden kunnen schieten in een soort paniekvoetbal, waarin we maar van alles gaan proberen om nieuwe mensen binnen te halen. Dat is niet nodig. Het is ook niet wenselijk voor degenen die bij ons een thuis hebben gevonden, juist door wat we proberen te zijn.  

Gerelateerd