2 april 2024

Overdenking Goede Vrijdag

Geschreven door Koen Holtzapffel

Overdenking GOEDE VRIJDAG 29 mrt 2024

Voorganger Koen Holtzapffel

Gelezen werd Lucas 23: 33-47

Deel 1

‘Toen Jezus werd weggeleid hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aandragen’

Gemeente, Het lijdensverhaal heeft een specifiek godsdienstige maar ook een algemeen menselijke zijde. Er is een universele kant aan het lijdensverhaal en die heeft alles te maken met de omstanders, de gewone mensen, u en ik, langs de kant van de weg naar Golgota.

Die middag stond hij daar langs de kant van de weg, ergens tussen het volk. Simon van Cyrene. Dat hij uit Cyrene kwam, een stad in het huidige Libië, dat is eigenlijk alles wat we van hem weten. Wat deed hij op dat moment daar in Jeruzalem? Had hij zich daar gevestigd of was hij op reis als pelgrim naar Jeruzalem? We weten het niet. Hij stond er en daar moeten we het mee doen. Uitgerekend hij werd uit de menigte geplukt door de Romeinse soldaten om het kruis van Jezus over te nemen. Waarom? Misschien was hij groot en sterk. Of was het omdat hij er als Noord-Afrikaan anders uit zag dan de anderen? In elk geval was het bevel duidelijk: Jij daar draag dat kruis. Er viel niets te protesteren, hij moest wel. En zo kwam het dat deze Simon een kleine rol kreeg in het grote, dramatische over Jezus.

Het was niet meer dan een bijrol. Jezus, de hoofdrolspeler in het drama, was na alle ontberingen waarschijnlijk te verzwakt om nog langer zelf zijn kruis te dragen op de weg omhoog van Jeruzalem naar Golgota. Eén man werd opgedragen het kruis over te nemen. Een toevallige samenloop van omstandigheden, eigenlijk nauwelijks de moeite van het vermelden waard. Maar het werd vermeld en in de eeuwen daarna raakten velen geïntrigeerd door deze figurant. In sommige kringen groeide hij uit tot een voorbeeldige navolger van Jezus, een heilige die moedig voor hem in de bres was gesprongen toen de nood het hoogst was.

Toch was het niet zo’n held. Hij moest geprest worden om het kruis op te pakken. Maar juist daarin wordt hij zo herkenbaar. Niemand sprong naar voren om Jezus lijden te verlichten. Ook Simon niet. Hij werd in zijn kladden gegrepen door soldaten. Held tegen wil en dank.

Jezus die had opgeroepen tot solidariteit met de lijdenden in deze wereld was nu zelf een lijdende geworden, lijdend voorwerp. Juist omdat hij het zo nadrukkelijk voor de armen, onderdrukten en buitenstaanders opgenomen had. Tegen de gevestigde machten. De weg die hij gewezen had was radicaal. De weg van de meeste weerstand. Je vijanden liefhebben, je andere wang toekeren, twee mijl meelopen met wie je een mijl prest. In een wereld als de onze moet die weg wel leiden tot weerstand en uiteindelijk soms zelfs tot de dood.

Jezus achterna gaan, Jezus navolgen, het wordt vaak gezegd, maar hoe moeilijk is het niet in de praktijk van het leven. Je wilt wel maar het lukt vaak niet, ook al doe je nog zo je best. De vertrouwdheid en veiligheid van je eigen bestaan op het spel zetten, wie kan dat, wie wil dat, wie durft dat. Je loopt daarmee het risico de regie over je eigen leven uit handen te geven. Dan toch maar liever aan de kant staan, verscholen in de massa, de andere kant op kijken zelfs. En toch overkomt het je soms, dat je bijna ondanks je zelf, tegen heug en meug in terecht komt in een situatie dat je wel moet. Simon van Cyrene overkwam het. Erg spontaan en van harte ging het niet maar dat was de weg die hij moest gaan: achter de lijdende Jezus aan, diens kruis op zijn schouders. Hoe belangrijk is het niet dat er iemand naast je staat, zelfs als je de naam Jezus draagt. Iemand die jouw lijden niet wegneemt maar wel mee helpt dragen. Zo laat je de ander weten dat ie in zijn verlatenheid toch niet helemaal alleen is. Wie helpt dragen wordt ook zelf gedragen. De uitnodiging daartoe is niet te voorspellen. Plots kruist die uitnodiging ook jouw pad. Zul je er dan voor die ander kunnen zijn?

Deel 2

‘Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. En Jezus riep met luide stem: Vader in uw handen leg ik mijn geest. Toen hij dat gezegd had blies hij de laatste adem uit. De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: werkelijk deze mens was een rechtvaardige.

In de lijdensgeschiedenis spreken verschillende mensen en groepen zich uit tegen Jezus. Zelfs zijn leerlinge slagen er niet in om een ander een positief geluid te laten horen. Onder aanvoering van Petrus hadden zij Jezus verzekerd dat ze hem niet alleen zouden laten. Maar dat bleek grootspraak. Allemaal lieten ze hem in de steek toen het er op aankwam. Hier blijkt wat mensen elkaar kunnen aandoen. Ook zonder pijn te doen of te kwetsen. Beschaamd vragen we ons af wat wij gedaan zouden hebben als we voor de keuze waren gesteld. Vragen we het ons niet ook af bij die indrukwekkende serie over de Joodse Raad. Wat zouden wij gedaan hebben met die verschrikkelijke ethische dilemma’s? Of kun je dat pas zeggen als je er echt voor staat? Waarschijnlijk dat laatste.

Daarom valt die centurio des te meer op. Die romein die ziet wat er gebeurd is en geheel tegen de donkere, droefgeestige sfeer in God prijst met de woorden: werkelijk deze mens was een rechtvaardige. Zou hij verstaan hebben dat juist vanwege Jezus rechtvaardigheid het verhaal eerst aan het kruis eindigt maar na Goede Vrijdag verder gaat? Dat juist vanwege die rechtvaardigheid, die ondoorgronde liefde, dat toekeren van de andere wang, dat juist daarom Pasen aan de einder gloort? Jezus leven is het antwoord op onze vraag hoe wij verantwoord moeten leven. Jezus is een rechtvaardige omdat hij ruimte maakt voor wie wij liever niet zien staan. De vreemdeling, de vluchteling. Van wie wordt jij de naaste vroeg hij steeds. Jezus manier van leven is een vraag aan onze manier van leven. Leven we niet te eendimensionaal, te veel ook vervuld van onszelf, ons gelijk en eigenbelang? Durven we ons nog te openen voor wat onbekend en dus potentieel onbemind is? Gabriel Smit begrijpt niet dat Jezus ondanks alles de rechtvaardige blijft en hij dicht over deze mens:

Soms ben ik bang dat u niet blijft

dat uw voeten leegbloeden op lege

wegen , dat uw zachtmoedige handen tegen

zoveel verraad, zoveel weerspannigheid

in mensen en dingen niet bestand zijn.

Dat u zeggen zult ik had beter

moeten weten, mensen waarheid leren

Is waanzin, leugen hun vaderland.

Ja zo zouden wij redeneren, het wel geloven het bijltje erbij neer gooien. Maar zo is Jezus niet. Hij blijft wel en gaat door tot het bittere einde, ondanks ook zijn vertwijfeling, hulpeloosheid en hopeloosheid. In deze mens is geen duisternis ook al wordt hem het licht in de ogen niet gegund.

Juist daarom gaat het verhaal van God en mensen verder. De mensenzoon beveelt zijn geest in de handen van God en wordt na zijn kruisdood liefdevol in een graf gelegd. Dan blijkt dat zijn leven ook na zijn dood van betekenis blijft. Hij herrijst. Hij is niet dood, hij leeft. In de tuinman zullen  we zijn stem opnieuw horen, in de vreemde die het brood met ons breekt zullen wij zijn gestalte weer aanschouwen, in de stem die ons vergeeft zullen we hem herkennen, in het gelaat van wie ons in vertwijfeling aanziet zullen we ons zijn woorden en daden herinneren. Hij is de korrel die in de aarde valt en zal bloeien in duizendvoud…. Hij is het licht van Pasen dat gloort na een pikdonkere nacht. Amen

Gerelateerd