Moreel beraad over het rapport over de omgang met radicaalrechts gedachtengoed

Vorig jaar organiseerden we als gemeente na een kerkdienst een zogenoemd moreel beraad over Gaza. De bedoeling was niet om tot eensluidende uitspraken te komen als gemeente, wel om een maatschappelijke situatie die velen verontrust met elkaar te bespreken in het licht van onze geloofswaarden. We spraken met elkaar af dat we, als daar aanleiding toe zou zijn, opnieuw een beraad zouden organiseren.
Concrete aanleiding is deze keer een rapport van een commissie van de landelijke Raad van Kerken over de omgang met radicaalrechts gedachtegoed onder de titel De weg van discipelschap. Het rapport neemt als uitgangspunt voor het denken en spreken van kerken over democratie en rechtsstaat: de waardigheid van ieder mens, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Daarom is de rechtsstaat, waarin ieder mens gelijkelijk beschermd wordt, van grote waarde en ook de politieke orde van de democratie. Rechtsstaat, democratie en christendom zijn nauw met elkaar verbonden meent het rapport. Nu lijkt er sprake te zijn van toenemende minachting van democratische waarden en procedures, niet alleen in Amerika. Kracht en macht worden verheerlijkt, hardheid geldt als een deugd, dienstbaarheid en kwetsbaarheid worden geminacht.
Het was ook de achtergrond van het dispuut tussen paus Leo en de Amerikaanse (vice)president Trump/Vance. Radicaalrechts gedachtegoed wordt daarbij omschreven als gedachtegoed dat antidemocratisch en/of antirechtstatelijk is, racistisch en masculiniteit verheerlijkend.
Kerken leveren door hierover te spreken een bijdrage aan het maatschappelijk debat. Vraag is: hoe dan te spreken? Het rapport stelt een tweeledige aanpak voor: openstaan voor dialoog met mensen van verschillende politieke overtuiging en duidelijk getuigen van christelijke waarden. Er moet gesproken worden over maatschappelijke veranderingen die bepaald gedachtegoed hebben versterkt, zonder dat gedachtegoed direct te veroordelen. Tegelijk moet een onderscheid worden gemaakt tussen ‘christendom als cultuur of erfgoed’ en ‘çhristen-zijn als het volgen van Jezus’. Waardering voor de verworvenheden van de westerse christelijke cultuur mag nooit worden gebruikt om het christelijk geloof als wapen in te zetten tegen mensen met een andere achtergrond. Discipelschap impliceert dat mensen serieus worden genomen in wat hen beweegt, maar tegelijk worden geprikkeld tot een nieuwe manier van denken, kijken en leven.
Het is begrijpelijk dat mensen houvast zoeken in een onoverzichtelijke wereld, tegelijk worden zij uitgenodigd samen met anderen op weg te gaan, in navolging van Jezus. Het rijk dat Jezus predikte is in ieder geval niet bedoeld om de status quo te bevestigen of een westerse culturele hegemonie te legitimeren.
Wilt u meepraten over het rapport? We komen van 12-13u bijeen , na de kerkdienst van 18 oktober. Het rapport is te vinden op onze website onder de titel De weg van discipelschap.
Het rapport leest u hier