14 oktober 2021

De essentie van het bestaan

Geschreven door Tjaard Barnard

Klassieke remonstranten bespreken de wereldliteratuur in preken en in hun stukjes in kerkbladen of op het internet. Voor de oorlog leerde je bij catechisatie meer over de Russische literatuur (J.C.A. Fetter) of Rembrandt (C.E. Hooykaas) dan over de Bijbel. Nee, met de hogere cultuur zat het altijd wel goed.

Als eenvoudig dorpspredikant benader ik het anders. Ik lees een boek. Maar niet altijd zo ingewikkeld. Als ik een stapeltje (digitale) kranten heb liggen, lees ik niet eerst de verantwoorde stukken. Nee, ik lees allereerst ‘Moderne Manieren’ van Beatrijs Ritsema in Trouw en tot voor kort ‘Joost mag het weten’ in het Algemeen Dagblad.

Terwijl Ritsema begon als deskundige op het gebied van etiquette, verschoof de rubriek al snel naar een psychologische hulplijn bij klein menselijk leed. Hoe ga ik om met mijn lastige schoonmoeder? Wat moet ik doen als ik niet (of juist wel) uitgenodigd ben voor een feestje? De antwoorden zijn bijna altijd voorspelbaar. Dat geldt ook voor de rubriek die Joost Prinsen heeft gehad. Zeker Joost Prinsen was een groot genoegen om te lezen. Elke keer weer hield hij zijn vragensteller (maar ook ons als lezer) een spiegel voor.

Wat zeg je nu eigenlijk als je dit vraagt? Zelf weet je best wel wat verstandig is. Waarom moet ik het dan zeggen? Prinsen combineerde zijn antwoorden met verhalen over wat in zijn eigen leven misging. Een bron van herkenning: hoe onbenullig is veel waar we ons druk over maken? Hoe kunnen mensen (wij zelf ook) ontzettend onhandig zijn? Ik vind het bemoedigende stukjes.

Dat bemoedigende zit ook in het boek dat hij heeft geschreven na het overlijden van zijn vrouw. Een doodgewoon huwelijk van meer dan vijftig jaar. Hij heeft net zo’n knullig leven als wij allemaal. Weinig centjes te makken, zuiniger dan nodig en een partner die (terecht) wat voorschrijvend is. Een leven lang tegen elkaar zeuren, maar volstrekt niet zonder kunnen. Het leven van alledag. In Na Emma beschrijft hij hoe het hem vergaat. Hoe meneer Rouw hem telkens, onverwacht, te grazen neemt. Hoe meneer Dood het nu echt te gek heeft gemaakt. Een herkenbaar boekje dat op humoristische wijze vertelt hoe een medemens omgaat met rouw.

Het helpt je vooral om te zien dat wat jou overkomt normaal is. Want laten we eerlijk zijn: dat is altijd de eerste vraag van iemand die in de rouw wordt gestort: ben ik nou gek of hoort dit erbij? Ik kan het iedereen aanraden. Niet om de diepzinnige levenswijsheden, niet om de hoge theologische inhoud (volstrekt afwezig), maar omdat het zo menselijk herkenbaar is. Precies wat ik herken in mensen in deze Gemeente die met elkaar meeleven, als het leven niet meevalt. De essentie van het bestaan.

Gerelateerd